Homepage

De overkant 

 

Aquarel Ans Sanner

Op het moment dat hij met een goed boek in de tuin wilde gaan zitten, ging zijn smartphone. “Met Peter Bremer.”
“Goedemiddag, Ivo Zandstra van het Korps landelijke politiediensten. Wij hebben begrepen dat u morgen een afspraak hebt met Herman Verburg.”
Inderdaad, maar waarom belt u daarover? Is er iets met Herman?”
“Zou ik misschien eerst mogen weten, meneer Bremer, wat uw relatie met de heer Verburg is?”
“Het is een oude vriend, die  morgen op bezoek komt om bij te praten.”
“Dan moet ik u helaas meedelen dat dit niet door kan gaan, omdat de heer Verburg is overleden.”
“Heeft hij een ongeluk gehad?”
“Inderdaad, hij is in de IJssel verdronken. Weet u misschien of meneer Verburg naaste familie heeft?”
“Een dochter in Australië en een ex-vrouw waarvan ik niet weet waar zij verblijft.”
“Zou u dan misschien naar Wijhe kunnen komen om uw vriend te identificeren?”

Hij zag er bepaald niet prettig uit, maar Herman was duidelijk te herkennen. De politie gaf een verklaring over de veronderstelde toedracht van zijn overlijden. Bij de veerpont hoorde Peter even later de details.
“Hij reed de pont op en stak zijn hand omhoog, net als anders,” vertelde de pontbaas. “Regelmatig kwam hij hier, bleef een tijd in het dorp en keerde naar de overkant terug. Maandagmiddag gaf hij op de terugweg bij de slagboom per ongeluk gas en schoof door de IJssel in. Terwijl ik 112 belde, sprong die scholier in het water.”
Hij wees op een bleke jongen, met zijn rechterarm in het verband, die stond toe te kijken hoe het bergingsbedrijf dat Hermans auto boven water had getakeld vertrok.
“Zijn poging het slachtoffer te redden, mislukte helaas,” vervolgde de veerbaas.
Peter liep naar de jongen en stelde zich voor.
“Ik ben Jasper Jenssen,” zei de jongen. “Uw vriend wilde niet uit de nog drijvende auto komen. Hij zei dat hij niet kon zwemmen.”
Daar klopt iets niet, bedacht Peter, maar hij liet niets merken.
“Ik heb geprobeerd om meneer toch uit de auto te trekken. Maar door de kracht van het water werd het portier dichtgedrukt. Mijn arm zat ertussen, ik kon hem nog net losrukken voor de auto zonk.”
“Toch bedankt voor je reddingspoging. Ik vind het echt heel dapper dat je zo snel actie ondernomen hebt.”
Van de pontbaas hoorde Peter nog dat de bergers eerst een tijd hadden moeten zoeken, voor ze de auto zo’n vijftig meter van de veerpont op de bodem van de rivier vonden.
“Ik weet dat Verburg op de camping in Veessen woonde. Maar weet u misschien waar hij bij zijn regelmatige bezoekjes naar toe ging?”
De pontbaas keek even hem aarzelend aan. “Ik heb horen zeggen dat hij in ‘De Sallandse Kamer’ de krant las en een kop koffie dronk.”
“Dat lijkt me ook wel wat,” reageerde Peter en hij besloot over de dijk het dorp in te lopen.

Wandelend in de Langstraat, met op de achtergrond het silhouet van de molen, trof hij al vrij snel de betrokken tapperij c.q. eetcafé. Achter de bar was een stevige vrouw, met kastanjebruin haar, bierglazen aan het spoelen. Peter bestelde koffie en ging bij het raam zitten.
“Komt u van de overkant?” vroeg de vrouw toen ze de koffie voor hem neerzette.
“Inderdaad, maar via Olst; de pont hier is nog even uit de vaart.”
“Ja, ’t is toch wat hè. We zijn er flink van geschrokken, van dat ongeval.”
“Ik heb horen zeggen dat die man wel eens hier kwam,” probeerde Peter.
“Klopt, het was zo’n beetje het vriendje van Janneke,” grinnikte ze, met een blosje op haar wangen.
“Janneke?”
“Janneke Vrijlink. Ze werkt hier een paar dagen per week.”
Veel meer dan haar adres kwam Peter niet te weten, maar na de koffie besloot hij meteen op zoek te gaan.

Bij een klein, vervallen huis in een achterafstraatje bleef hij aarzelend staan. Binnen klonken harde stemmen en het leek alsof er iets viel. Opeens werd de deur opengesmeten en een man schreeuwde: “Val dood, mens!” Een duidelijk aangeschoten kerel wankelde langs hem heen en een magere vrouw van rond de vijftig keek hem met betraande ogen aan.
“Sorry, mevrouw. Ik kom, geloof ik, op een minder goed moment.”
“Misschien,” zei ze zacht. “Ik weet niet waarvoor u komt, maar ik ben dit wel gewend.”
Peter vertelde dat zijn vriend Herman was verdronken en hij had gehoord dat zij hem ook kende. De vrouw nodigde hem uit binnen te komen.
Terwijl hij de stoel van de grond opraapte, ruimde zij de kapotte vaas op. Toen ze tegenover elkaar zaten deed ze haar verhaal. “We kenden elkaar al een hele tijd en eerlijk gezegd hoopte ik stiekem dat het nog eens iets tussen ons zou worden. Afgelopen maandag kwam Herman echter onverwacht afscheid nemen. In het ziekenhuis te Zwolle hadden ze een ernstige vorm van kanker bij hem vastgesteld en hij wilde niet dat ik mee moest maken dat hij langzamerhand een wrak werd.” 

Enkele weken later werd Peter benaderd door notaris Ernst te Heerde.  Of hij mee wilde werken aan de uitvoering van de nalatenschap van wijlen Herman Verburg. Daarin was onder meer opgenomen de begeleiding van het gezin Vrijlink te Wijhe, met mogelijk een toelage voor Janneke Vrijlink in de toekomst, wanneer verzekerd kon worden dat haar man dit geld niet aan drank zou verspillen.  

 

 

 

Met hartelijke groet,

Joop Sanner

 

 

 

 

 



Comments are closed.