Homepage

                                                Bruiloft 
Aquarel Ans Sanner

“Ik wens dat jullie nog lang samen gelukkig zullen zijn,” besloot Bram zijn speech op de trouwdag van zijn dochter. Toen hij de zaal inliep, stelde een jongen zich voor als de vriend van Tim -zijn kersverse schoonzoon- en de vrouw die hem vergezelde als zijn moeder.
“Dag Bram,” zei de vrouw, “ken je me nog?”
“Eerlijk gezegd niet, nee.”
“Els Groeneveld!”
Het duurde even. “O, wacht, ja, nu zie ik ‘t. Het is ook al weer zo lang geleden.”
“Ja, Bram, we worden oud.”
“Maar jij ziet er heel jong uit.”
“Dank je.” Haar glimlach bevestigde dat hij niet had overdreven.
“Wil je iets drinken? vroeg hij, terwijl de jongen aanschoof bij leeftijdsgenoten. 

Even later zaten ze aan de koffie. “Haal ik je nu niet bij je familie weg?” begon Els.
“Och, mijn dochter moet er toch aan wennen om op eigen benen te staan en mijn ex -die naast haar zit- had zes jaar geleden al genoeg van mijn gezelschap. Maar hoe kom jij opeens hier verzeild?”
“Nordin zou met de trein hierheen gaan, maar er was een stroomstoring. Daarom bracht ik hem met de auto. Op het trouwkaartje viel mijn oog op de naam van jouw dochter en bij binnenkomst herkende ik je meteen.”
“Leuk dat je mee naar binnen bent gekomen.”
Er verscheen een licht blosje op haar gezicht. “Ik was gewoon nieuwsgierig.”
De bediening kwam vragen of ze nog koffie wilden.

“Je dochter ziet er fantastisch uit,” merkte Els daarna op. “Best een bijzondere dag zeker voor je?”
Hij knikte. “Het is boeiend deze fase met je kinderen mee te maken. Je voelt je er jong en oud tegelijk door. Na onze scheiding is Sonja bij mij blijven wonen, dus ik zal haar best missen.”
“Begrijp ik. Daar probeer ik me met Nordin eveneens op voor te bereiden.”
“Gaat ‘ie ook het huis uit?”
“Vooralsnog niet, maar dat komt natuurlijk wel.”
“Zo hoort het ook,” lachte Bram. “Als ouder wil je allerlei dingen voor hen uitstippelen, maar ze zullen het zelf moeten doen.” Hij keek even voor zich uit. “Mijn vader moest veel geduld hebben. Zijn zoon leek niemand te kunnen vinden die hem leuk vond.”
“Heb je toch niet goed om je heen gekeken,” onderbrak Els. “Ik was namelijk hartstikke verliefd op je.”
“Ik vond jou erg aardig, maar ik durfde niet te vragen of je ook iets in mij zag. Altijd een onhandige sukkel, eigenlijk.”
“Maar uiteindelijk is het je toch gelukt iemand te strikken,” merkte Els op, met een ondeugend glimlachje.
“Marijke, een collega van de EHBO, die ik na een oefenavond thuisbracht. Van het een kwam het ander en vervolgens trouwden we. Helaas slonk de liefde in de loop van de jaren zodanig dat we ervoor kozen ieder onze eigen weg te gaan.”

De ober kwam weer langs en ze bestelden een glas wijn. Na geproost te hebben vroeg Bram: “En hoe verging het jou?”
“Ik ben de verpleging ingegaan. In het ziekenhuis ontmoette ik een jongen met een gebroken pols. Ik zette mijn naam tussen de vele anderen op het gips. Een paar maanden later verscheen hij met een gebroken middenhandsbeentje en de opmerking dat  hij een meisje zocht dat zó heette. Hij overhandigde een stukje gips met mijn naam erop.”
“Een moderne Assepoester ,” lachte Bram.
“Inderdaad; ik trapte er in en hij werd de vader van Nordin.”

De ceremoniemeester kondigde aan dat de moeder van de bruid iets wilde zeggen.
“Lieve Sonja,” begon zij, “als kleuter was jij dol op plastisch taalgebruik. ‘Wat is oud mama?’ vroeg je. Ik maakte met kromme rug een paar voorzichtige stapjes. ‘Oud is als je zó loopt, zoals opa.’
Jij stelde vast: ‘Dus dat je bijna dood gaat.’
Een paar dagen later kwamen we een gehandicapte jongen tegen die een beetje krom liep. ‘Jij gaat al gauw dood hè,’ zei  je heel meelevend tegen hem.”
In gedachten zag Bram zijn kleine meisje voor zich, dat er inderdaad van alles kon uitflappen.
“En wat is treurig?” vroeg je. Ik trok een gezicht als Simon Carmiggelt bij het voordragen van een onvergetelijke kronkel. Mocht je ooit in het plaatsje De Steeg komen, dan moet je dit ter plekke maar eens controleren. Hij zit daar, in brons gegoten, voor zich uit te staren.
Je ging ook een keer mee op bezoek bij een vriendin die in het ziekenhuis was bevallen. Thuis moesten daar de benodigde achtergrondgegevens bij worden verstrekt. Kort daarna belandde oom Karel in een ziekenhuis, een man met een forse buikomvang. Bij binnenkomst keek jij spiedend om je heen. ‘Oom Karel, waar is uw baby’tje nou?’
Ik vraag me af, voor welke problemen onze kleinkinderen in dit verband komen te staan.”
Daar liet Marijke het bij en vervolgens zette bruid en bruidegom de eerste dans in. Sonja vroeg daarna haar vader op de dansvloer. Wenkbrauwen werd gefronst toen Bram even later een onbekende danspartner uitnodigde.

Terug op hun plaats zei hij tegen die vrouw: “Ik ben niet zo dol op dansen, maar als vader van de bruid kun je er natuurlijk niet onderuit om een poosje mee te doen.”
“Had je voor dezelfde traditie niet beter haar moeder kunnen vragen?”
Hij kon niet goed peilen hoe serieus haar vraag was.  “Het leek me zo sneu als jij alleen tussen al die vreemde mensen achter moest blijven.”
“Misschien wil je me dan ook nog wat te drinken aanbieden, tonic graag,” reageerde ze lachend.
Even waren er wat andere gasten die enkele woorden met de vader van de bruid wilden wisselen. Zodra hij weer de kans kreeg vroeg hij Els: “Wat zou jij over Nordin vertellen bij zo’n gelegenheid? “
Ze dacht even na. “Op een zaterdagnacht lag ik op bed. Opeens hoorde  ik de piepende remmen van een fiets.  Nordin waarschijnlijk. Ja, de tuinpoort klapte open. Het slot van de schuurdeur werd opengedraaid. Fiets naar binnen. Deur weer op slot, poort dicht. De bewegingsmelder liet de buitenverlichting aangaan. Half vier, knap laat vond ik. Het gebruikelijke geluid van de keukendeur bleef echter uit. Ik doezelde weg. Toen opnieuw: aankomende fiets – poort – schuur. Kwart over vier. Het verwachte: schuur-buitenlicht-keukendeur kwam niet. Waggelend ging ik naar beneden, jas en schoenen aan. In het aanfloepende buitenlicht een de fiets midden op het tuinpad. Op de betonnen vloer van de schuur mijn zoon in een geleende slaapzak. ‘Ik ben m’n huissleutel kwijt en wilde je niet wakker maken.’ Opgelucht terug naar bed.”
Er viel even een stilte, toen vroeg Bram: “Was je man niet thuis?”
“Nordins vader vertrok toen zijn zoon vijf was. Intussen had hij zowat met alle meisjes die hun naam op zijn gips hadden gezet, iets gehad. Vanaf dat moment had ik genoeg van mannen.”
Bram keek haar recht in de ogen en zei zacht: “Nog steeds?”
Ze zuchtte. “Ik beloof niks, maar misschien zijn wij nog niet uitgepraat. Zullen we eens samen wat gaan eten?”

Met groet,
Joop

                             

 



Comments are closed.