Homepage

Verdwaalde kunstenaar 
Aquarel Ans Sanner

Ik wandelde door smalle straatjes die een middeleeuwse sfeer uitademden. Aan weerszijden bevonden zich kleine, zorgvuldig gerestaureerde huizen, met af en toe een winkeltje of een werkplaats. Voor de ruitjes van een schildersatelier bleef ik staan om belangstellend naar de getoonde werken te kijken. Het duurde maar even voordat de deur openging, vergezeld van een rinkelend belletje. “Goedemorgen. Komt u toch gerust verder, binnen kunt u het veel beter zien als u dat tenminste leuk vindt.”
Een korte, gezette man met weinig haar – wat echter gecompenseerd werd door een fraaie snor – keek mij verwachtingsvol aan, terwijl hij de deur uitnodigend verder opendeed. Ik schatte hem omstreeks de vijfenvijftig.
“Goedemorgen, dank u, dat lijkt me wel wat ja.” Ik stapte langs hem heen het vertrek in, verrast door de prachtige lichtinval van het glazen dak. Daardoor kwamen de vele aquarellen en olieverfschilderijen extra goed tot hun recht. Ik hoefde maar één lovend woord over een bepaald werk te uiten, of de maker ervan gaf er meteen een spontane toelichting bij. Behalve toen ik vol bewondering bij een groot doek bleef staan, van een naakt meisje in een duinlandschap. Na een korte stilte vroeg de schilder: “Wilt u misschien iets drinken, een glaasje wijn bijvoorbeeld?”
Hij schonk een uitstekende droge, witte wijn in. “Proost,” zei ik. “Op uw gezondheid … en van dit mooie meisje.”
“Dank u. Dat is weer eens wat anders. Vaak ben ik om dit portret uitgelachen.”
“Hoe bedoelt u?”
“Nou, dat zal ik u vertellen: Zestien was ze, dit meisje, toen we met een groep een dagje naar de zandduinen gingen, een eind verder naar het zuiden. Ik was een jaar ouder en niet zo handig met meisjes. Je wilt echter niet onderdoen voor je kameraden. Dus toen enkele paartjes zich afzonderden, raapte ik alle moed bij elkaar en vroeg ik aan Joanne of ze zin had om een eindje te wandelen. Ze keek me eerst verbaasd aan, werd vervolgens rood en zei toen giechelend dat ze dat wel wilde.
We liepen vrij ver en gelukkig wist zij van alles te vertellen. Ze vroeg ook naar mijn hobby’s.
“Tekenen,” vertelde ik haar.
“Maak je ook portretten?”
“Jazeker.”
“Zal ik voor je poseren?”
“Oké.”
Ze ging op een lichte verhoging zitten en keek me uitdagend aan. “Zo? Of moet ik iets uitdoen?”
“Dat durf je toch niet,” flapte ik eruit.
Ze had geen verdere aanmoediging nodig en zat zo – hij wees op het schilderij – voor me. Opgewonden haalde ik het schetsboekje dat ik toen altijd al bij me had tevoorschijn en ging aan het werk. Wonderlijk genoeg lukte het nog aardig ook. Ik liet haar het resultaat zien. “Goh, wat prachtig, daar verdien je wel een beloning voor.” Meteen gaf ze me een kus. Voor ik het wist, had ik zelf ook niets meer aan en lagen we samen in het zand.”

Hij nam een slok wijn en vervolgde daarna: “Lang heeft onze verkering niet geduurd en ik was er kapot van toen zij het uitmaakte.” Opnieuw een slokje. “Een jaar later ben ik met een groter schetsblok en beter materiaal naar de duinen teruggekeerd. Het duurde een poosje voor ik de juiste plek had gevonden. Daarna heb ik er heel lang gezeten en bijna m’n hele blok vol geschetst met alles wat ik me kon herinneren. Op weg naar huis verdwaalde ik echter. Pas nadat er een zoekactie op touw was gezet, werd ik gevonden. Uitgeput en rood verbrand door de zon. Hoewel niemand in mijn schetsboek had gekeken, werd toch al snel verteld dat ik op zoek was geweest naar mijn liefje. Jarenlang heb ik dit moeten aanhoren, tot vervelens toe. Maar de ervaring met Joanne heb ik als een kostbare herinnering bewaard. Later heb ik een aantal schetsen verder uitgewerkt, waaronder deze.”

Nog onder de indruk vervolgde ik een poosje later mijn verkenningstocht door de smalle straatjes.

Doe voorzichtig, maar probeer er toch iets van te maken.
Met groet, 

Joop Sanner



Comments are closed.