Homepage

Aquarel Ans Sanner
Eet smakelijk 

De oude man las de weekaanbieding op het raam van het nieuwe restaurant. Hij knikte goedkeurend en mompelde: “Dat lijkt me wel wat.” Net voor hij zijn hand op de klink wilde leggen, zwaaide de deur open en een stem klonk: “Goedenavond, komt u binnen.”
Een beetje verrast stapte de man over de drempel in een ruime hal.
“Misschien wilt u uw jas hier laten?” hoorde hij vanuit de garderobe aan de rechterkant. Niemand te zien, maar hij trok zijn lange overjas uit en liep naar rechts. Een kleerhanger maakte zich los van het wandrek. Had hij een onzichtbare gastheer? Het leek wel alsof de hanger zelf zei: “Komt u maar hoor.”
De gast had geen tijd om zich werkelijk te verbazen. Want nu riep de spiegel: “Wilt u nog even kijken of uw haar goed zit?”
De man probeerde heel gewoon te reageren: “Dat zal ik maar doen ja, want wanneer je er zo weinig meer van hebt moet het wel goed zitten.”
“Het valt best mee,” zei de spiegel vriendelijk. “Ziet u..?” Na een kort moment volgde: “Mag ik u nu verzoeken de tweede deur binnen te gaan?”
Nieuwsgierig voldeed de man aan dit verzoek. Hij kwam in een sfeervol ingerichte eetkamer, met warme kleuren. Twaalf tafeltjes met terracotta kleedjes en een goudsbloem in een vaasje. Langs één wand een zorgvuldig opgemaakt koud en warm buffet.
Terwijl hij dit alles in ogenschouw nam, verschoof de tafel bij het raam. “Wilt u misschien hier zitten, meneer? Met zicht op onze binnentuin.”
De man zat nog maar net toen een serveerwagentje kwam aanrijden. Op het roestvrijstalen blad een in leer gebonden menukaart, die vanzelf opensloeg en de gast iets te drinken aanbood. Een fles maakte zich los vanonder het blad en schonk het glas op de tafel in. De droge witte wijn smaakte uitstekend en het uitzicht was inderdaad mooi. Prima allemaal, alleen jammer dat het hier zo stil is, dacht de man.
Alsof de piano dit hoorde, stelde het instrument voor: “Zal ik iets voor u spelen, meneer?”
“Dat stel ik wel op prijs, ja.”
Weldra volgde de zachte klanken van Frederic Chopins Raindrop Prelude.
Na een poosje kwam daar het geklepper van een gameldeksel bij. “Neem me niet kwalijk, maar als u wilt kunt u met de soep beginnen.”
Ongeveer halverwege de aspergesoep hoorde de man een vrouwenstem van opzij. “Jij hoort hier niet thuis; een sigaar past niet bij een gezond leven.”
Het duurde even voor hij ontdekte dat een paar tafeltjes verder een geelrode appel rond een robuuste sigaar bewoog.
“Neem mij niet kwalijk, tafeldame,” reageerde de aangesprokene. “Ik heb geen behoefte om tegen uw bekrompen visie op te boksen. Rookwaren kunnen echter een uitstekende afsluiting vormen van een goede maaltijd.”
“Maar het is verschrikkelijk slecht; mensen gaan er dood van. Fruit is veel beter.”
“Ook uw snoezige voorkomen zal geen lang leven beschoren zijn.”
“Ik laat wat pitjes achter, waaruit een nieuwe appel toekomst kan krijgen. Van jou rest niets dan as.”
“U denkt teveel aan uzelf. Slechts een paar happen en u bent verorberd. Van mij kunnen de mensen heel lang genieten… Is het niet zo meneer?”
De oude man begreep dat deze vraag aan hem gericht was. “Als ik eerlijk mag zijn,” begon hij, “lijken jullie net mensen; die kibbelen ook altijd.”
De appel lachte. “U lijkt niet echt verbaasd dat wij spreken.”
“Daar heb ik op zich geen moeite mee. Ik hoop alleen niet dat de vis, die ik voor mijn hoofdgerecht in gedachten heb, straks het woord tot mij richt. Ik vrees dat dan mijn eetlust geheel over is.”
Nu liet de sigaar blijken dat hij dit wel humoristisch vond. Wat hij zei ging echter verloren, omdat op dat moment de deur openging. Een meisje van misschien twintig kwam binnen en keek zoekend om zich heen.
“Voel je er iets voor om mij gezelschap te komen houden?” reageerde de oude man.
“Dat zou ik wel prettig vinden,” zei ze met een zenuwachtig glimlachje. “Want ik vind het hier best een beetje eng.” Ze keek de man indringend aan, toen de stoel tegenover hem achteruit schoof en sprak: “Neemt u plaats.”
“Bent u soms een soort tovenaar, meneer?”
“Nee, ik ben slechts een gewone oude man. Maar jij ziet er uit alsof je wel een elfje zou kunnen zijn.”
Het blosje op haar wangen en de lichtjes in haar bruine ogen deden hem wensen nog een poosje jong te kunnen zijn. Ze schrok toen de menukaart vroeg of ze iets wilde drinken.
“Doe alsof je dit heel normaal vindt en geniet gewoon van alles,” adviseerde de man.
Ze bestelde een Spa-rood en probeerde zich te ontspannen. Het aangename gezelschap van de oude man hielp daarbij. Samen constateerden ze dat er met het eten niets mis was. Voor alle zekerheid koos de man een moot zalm in plaats van een forel met kop, terwijl het meisje de voorkeur gaf aan warme beenham.
Vanaf het moment dat ze voor een tweede rondje gingen, kwamen er meer mensen binnen. De man en het meisje hadden voornamelijk aandacht voor het eten en elkaar. Met ‘Berceuse’ van meneer Chopin op de achtergrond, spraken ze over de meest uiteenlopende dingen. Liepen nog een paar keer langs het buffet om wat verschillende kleine hapjes te proeven. Benutten het laatste plekje in hun magen voor een coupe ijs met vers fruit.
Toen naderde het moment dat ze het restaurant moesten verlaten. De man vroeg zich af of hij het op zijn leeftijd dan nog mee zou maken om een jonge meid thuis te mogen brengen. “Vind je het goed als ik voor ons beiden betaal?” begon hij alvast.
“Wanneer u zo galant wilt zijn,” zei ze met een blik die hem haast deed smelten.
“Was alles naar wens, mevrouw, meneer?” informeerde de kassa. “U kunt hier alleen pinnen of met een creditcard betalen.”
“Wij hebben genoten,” verzekerde de man.
“Ja, echt apart,” voegde het meisje toe.
De kassa bedankte voor het compliment. “Wij zitten alleen met een probleempje: de vaatwasmachine is stuk. Ik durf het bijna niet te vragen, maar kunt u ons misschien helpen met de afwas. Uiteraard hoeft u dan deze rekening niet te voldoen.”
“Natuurlijk,” reageerde de man, “dat heb ik wel over voor deze fijne avond.”
Het meisje keek bedenkelijk. “Dat gaat mij toch iets te ver.”
“Als we het samen doen, is het zo gebeurd en dan breng ik je daarna thuis,” probeerde de man.
“Nou, daarvoor ga ik niet uit eten en ik kom zelf ook wel thuis. Doei!”
De oude man was verbijsterd. De kassa reageerde slechts: “De keuken is aan het eind van de gang.”

Met hartelijke groet,

Joop Sanner



Comments are closed.