Homepage

Samen onderweg

Ik installeer mij in een hoekje van een lege coupé en werp nog even een blik op het perron om te zien of er veel medereizigers te verwachten zijn. Als dat zo is, hebben ze een ander deel van het treinstel gekozen. Net voor ik een spannende thriller uit mijn rugzak wil halen, gaat de deur open en stapt een vrouw binnen. Ik schat dat ze, net als ik, van een leeftijd is die van een Keuzedag bij NS gebruik kan maken.
“Vindt u het erg als ik bij u kom zitten, meneer,” vraagt ze en kijkt daarbij zo vriendelijk, dat ik onmogelijk kan weigeren. Ze zet een flink gevulde boodschappentas op de zitplaats schuin tegenover mij en knoopt haar lange, beige jas los. “Niet dat er verder geen plaats is, maar ik vind het een beetje saai alleen en de reis duurt er zo lang door.” Ze schenkt mij opnieuw een blik, waarbij ik bedenk: maar goed dat ik op weg ben naar een vrouw met wie ik al meer dan veertig jaar getrouwd ben. Wanneer ze de jas opgehangen heeft, knoopt ze haar kleurrijke sjaaltje los en gaat tegenover bij mij bij het raam zitten. Het lijkt mij verstandig om op dat moment even naar buiten te kijken.
Maar ze eist snel de aandacht weer op met een diepe zucht. “Hè, hè, na zo’n hele middag winkelen heb je het wel gehad.”
Ik krijg het vermoeden dat er niet veel van lezen terecht zal gaan komen.
“Gelukkig hoefde ik niet per se mijn garderobe aan te vullen. Daarom was er alle tijd om eens even rustig een kijkje te nemen. Ik vind het altijd wel leuk om rond te neuzen in een andere plaats. In mijn herinneringen was er in Roosendaal een leuke winkelpassage in retrostijl. Bij nader inzien bleek dat toch tegen te vallen. Een beetje kitscherig eigenlijk en veel leegstand. Maar dat is bijna overal hè, tegenwoordig. De koffie aan de Markt is hetzelfde gebleven. Dat gaat er altijd wel in, zeker met iets lekkers erbij.”
Ze gaat nog een tijdje door met haar bevindingen en vraagt dan opeens: “Komt u ook uit Brabant?”
“Oorspronkelijke wel,” reageer ik, “maar ik woon nu al vele jaren in Dieren.”
“O, dat is toch vlak bij Velp? Daar woont mijn dochter. Niet zo erg naar haar zin, eerlijk gezegd. In een flatje, midden tussen de oudjes. Ze heeft ook last van astma. Volgens m’n dochter komt dat door de slechte afzuigkap. Maar ze heeft haar hele leven in Den Bosch doorgebracht en moest toen verhuizen omdat haar man een baan in Velp kreeg en dicht bij zijn werk moest wonen. Dus zal die astma wel heimwee zijn. Denkt u ook niet meneer?”
“Zou zomaar kunnen,” zeg ik voorzichtig.
Ze kijkt mij indringend aan en merkt dan glimlachend op: “U doet mij denken aan de pastoor van het dorp waar ik opgegroeid ben. Dat is trouwens inmiddels al weer lang geleden, toen de kerken nog vol zaten. Tegenwoordig worden de gebouwen verkocht of afgebroken. Ja, alles verandert hè. Ook banken verdwijnen, bibliotheken gaan dicht en alles wordt digitaal. Het is als oudere haast niet meer bij te houden.”
“Maar zo oud bent u toch nog niet!”
“In mijn hoofd niet, nee. Maar mijn lichaam begint toch steeds meer grenzen te stellen. En dan bof ik nog, want mijn man, die maar een paar jaar ouder is, kan bijna niets meer. Gelukkig houdt ie van teeveekijken, dus kan hij nog volop genieten van de Tour de France.
Even vind ik dat ook wel leuk, maar dan moet ik toch echt naar buiten. Iets gaan ondernemen, in beweging blijven.”
Onze trein blijft ook in beweging, terwijl mijn reisgenoot verder gaat: “Ik ben de laatste jaren veel opgetrokken met een goede vriendin. We maakten samen allerlei uitstapjes, winkelen natuurlijk (ze wijst op de tas naast haar), maar ook musea enzo. Helaas is ze een poosje terug overleden. Kanker. Ja, je hoort haast niets anders hè. Het treft je echter pas wanneer het heel dichtbij komt. Ik mis haar ontzettend.”
Voor het eerst sinds onze gezamenlijke reis valt er een korte stilte. Dan horen we de stem over de omroepinstallatie, die aankondigt: “Dames en heren, we naderen thans station Nijmegen.”
“Nijmegen?” roept mijn medepassagier verschrikt. “Maar ik had er in ‘s-Hertogenbosch al uit gemoeten!”
Ze staat snel op om haar jas te pakken. Het duurt echter nog een tijdje voor we het station binnenrijden. “Dat krijg je als het zo gezellig is. Je vergeet er alles door.” Ze gaat nog even zitten en we babbelen nog wat tot de trein stilstaat. Dan neemt ze afscheid. “Hartelijk bedankt voor het aangename gezelschap.”
Het wordt heel stil in mijn coupé. Maar zeker tot Dieren hoor ik haar stem naklinken in mijn gedachten.  

Goede zomer! 

Joop Sanner



Comments are closed.