Homepage

Achterlicht 

Niels is binnenkort jarig en hoopt dan acht jaar te worden.
“Acht jaar alweer,” zegt zijn opa tegen oma. “Wat gaat de tijd toch snel. Voor je het weet is hij volwassen.”
“Nou ja, volwassen…” reageert oma, “soms twijfel ik zelfs of jij al volwassen bent.” Ze kijkt naar haar echtgenoot, die net een spelletje op zijn smartphone aan het spelen is.
Ze lachen beiden. Dan vraagt opa: “Moeten we zeker ook nog een cadeautje voor hem kopen? Weet je al iets?”
Oma knikt bevestigend. “Volgens zijn moeder wil hij iets van Chima hebben.”
“Iets uit China?”
“Nee, ChiMa! Dat is Lego. Kijk, hier kun je het zien.” Ze haalt een brochure tevoorschijn, een prachtig boekje waarvan hun kleinzoon op zich alleen al uren kan genieten.
Opa leest dat Chima een magische wereld is, waarin goede leeuwen vechten met gemene krokodillen, met als inzet een bijzondere energiebron. Oma stelt voor om een pakket te kopen met spullen van de leeuwenstam.

Wanneer ze op zijn verjaardag taart gaan eten, worden opa en oma spontaan ontvangen. “Wow,” zegt Niels. “Dat is gaaf, want mijn vriendje heeft die krokodillen gekregen. Dan kunnen we dus goed samen spelen.”
Van zijn vader en moeder kreeg hun kleinzoon trouwens een fiets cadeau. “Zo goed als nieuw,” vertelt zijn vader. “Gekocht via Marktplaats. Een echte nieuwe vonden we toch wel erg duur. Zeker omdat die jongens zo hard groeien dat ze snel weer aan een groter exemplaar toe zijn.”
“Alleen moet papa het achterlicht nog maken,” vult Niels aan.
“Dat is waar, knul, daar ben ik nog niet aan toe gekomen.”
En daar komt het de volgende weken ook niet van. Overdag is dat niet erg en ‘s-avonds heeft zijn moeder liever niet dat Niels nog op de fiets weggaat. Toch herinnert hij er zijn vader nog een paar keer aan. “Want de meester heeft gezegd dat het heel gevaarlijk is wanneer je zonder licht rijdt. Dan kan een auto je niet goed zien en zomaar tegen je op rijden,” voegt hij er aan toe.
“Ja, ja,” zucht zijn vader. “Ik moet eerst nog wat andere dingen doen en daarna kijk ik er naar. Het komt allemaal goed.” Maar er moet een aantal dagen overgewerkt worden en steeds komt er niets van.
Op een dag gaat Niels met zijn fiets naar een verjaardagsfeestje. Zijn moeder gaat hem ’s-avonds ophalen. En dan zul je het natuurlijk net zien: onderweg worden ze door een politieagent aangehouden.
“Weet je dat je achterlicht stuk is, jongeman?” Hij klinkt niet onvriendelijk.
Niels verschiet van kleur, maar reageert nuchter: “Dat heb ik ook al tig keer tegen mijn vader gezegd, maar die heeft nog geen tijd gehad.”
“Dan denk ik, dat die papa van jou maar eens een bekeuring ga geven,” glimlacht de agent. Want in het donker fietsen zonder licht is hartstikke gevaarlijk.”
Gelukkig valt het verder allemaal mee en zijn ze snel weer thuis. Helaas is papa naar een vergadering en doet mama dan maar telefonisch verslag aan oma. Wanneer oma het op haar beurt weer aan opa vertelt, biedt hij aan om dan maar eens even te gaan kijken. Ze wonen toch vlak in de buurt. Feitelijk is het een fluitje van een cent, want binnen vijf minuten heeft opa ontdekt dat er ergens een draadje los zit. Niels is helemaal blij dat zijn licht het nu goed doet en gaat opgelucht naar bed.

De volgende ochtend fietst opa naar de kapper. Niet ver van de school waar hun kleinzoon opzit, ziet hij opeens midden op straat een aantal mensen staan. Daar is vast iets gebeurd. Dichterbij gekomen ziet hij een beschadigde auto en een kapotte fiets, een blauwe… Het zal toch niet waar zijn; dat lijkt Niels zijn fiets wel! Opa zoekt met een angstig hart naar zijn kleinzoon. Die staat een paar meter verder achter de auto, gezond en wel, maar met de tranen in zijn ogen. Opa zucht van opluchting, duwt een aantal omstanders opzij en vraagt of Niels niets bezeerd heeft.
“Nee hoor opa,” is zijn reactie, “maar nu is m’n achterlicht weer stuk.”

Langzaam komt het ‘gewone leven’ weer een beetje op gang.
Geniet er van, maar blijf voorzichtig.

Met groet, 

Joop Sanner



Comments are closed.