Familie Bernouw-Jaarsveld

Schoonvader

Ik herinner me mijn schoonvader als een wat stille, gesloten man, vaak in de schaduw van de andere gezinsleden. Wanneer hij niet op de boterfabriek in Rotterdam werkte, was hij buiten op het land bezig of voor z’n geit aan het zorgen. De laatste jaren van zijn leven waren heel zwaar vanwege een oogtumor.
Na zijn overlijden blikten zijn nabestaanden terug naar wat hij voor iemand was en wat hij voor hen betekende. Daaruit vat ik wat dingen samen, die mij zijn bijgebleven.

Freek Bernouw groeide op in Hedel, waar hij onder meer op de jongensvereniging zat en lid was van het koor onder leiding van de heer Smits. Bekend is dat hij goed voor zijn blinde moeder zorgde.
   In het eerder geschreven stukje ‘Door lekke band bijna de (huwelijks-) boot gemist’ wordt verslag gedaan van een brief uit 1945 aan Ali Jaarsveld, van haar liefhebbende zangvriendje Freek. Dat resulteerde uiteindelijk in een huwelijk op 4 oktober van hetzelfde jaar. Het stel ging wonen in het ouderlijk huis van de familie Jaarsveld in Hoenzadriel.  

Freek werkte enige tijd in de Glasfabriek te Leerdam. Daarna vanaf 6 juli 1954 bij Margarinefabriek Van den Bergh & Jurgens in Rotterdam. Ook daar is al eerder over geschreven in het artikel: ‘Boter bij de vis’. Daarin is te lezen dat de werkzaamheden werden uitgevoerd in een 3-ploegendienst. Dat kostte af en toe wel eens wat moeite, maar Freek deed het niet echt met tegenzin.  Menigmaal fietste hij fluitend naar Kerkdriel, om vandaar met de bus naar het westen te reizen. Na 28 werkzame jaren kon hij in 1982 met pré-pensioen.

   Naast zijn werk in Rotterdam verkocht hij in Hoenzadriel een tijd olie en klompen. Verder bewerkte hij verspreid liggende stukken grond voor groente en hield hij van bloemen. Er waren ook nog eens varkens, geiten, kippen en konijnen. Van de extra ‘boter bij de vis’ kon gespaard worden, bijvoorbeeld voor het opknappen van het huis of voor de aanschaf van een elektronisch orgel.
   Ondanks al die drukte had vader Freek ook alle tijd voor zijn gezin. Vooral het voorlezen van vele verhalen is hen bijgebleven. Veel zorg is er geweest om oudste zoon Kees; het verdriet om diens overlijden in 1988 heeft veel impact op het gezin gehad.

Na zijn pensionering bezocht Freek graag hobbymarkten. Hij bracht er stoven, dienbladen en vele andere houten producten mee die zijn eega ging beschilderen.
Hij zorgde ook vaak voor de boodschappen, die hij deed op de fiets. Daarbij was hij zeer alert op aanbiedingen. Hij fietste er bijvoorbeeld voor naar de Unox-fabriek in Oss.

Halverwege de zeventiger jaren werd bij Freek huidkanker geconstateerd. Ongeveer 20 jaar later was er sprake van een oogtumor. Uiteindelijk vond een rigoureuze operatie plaats, waarbij zijn oog en een groot gedeelte daar omheen werd weggehaald. Er volgde een periode van bestralingen en dagelijkse wondverzorging. Zijn gezondheid verslechterde verder door toenemende hartproblemen en suikerziekte.
In de loop van jaren werd de verzorging zo zwaar dat hulp moest worden gezocht in de vorm van dagopvang. En nog weer later was opname in Zorgcentrum Het Zonnelied te Ammerzoden noodzakelijk. Vandaaruit bezocht hij nog geruime tijd regelmatig het thuisfront in Hoenzadriel. Het moet gezegd worden dat Freek zijn leed geduldig onderging en zelden een lastige patiënt is geweest. Vanaf december 2003 ging zijn gezondheid sterk achteruit. Na een kort verblijf in het ziekenhuis te ’s-Hertogenbosch overleed hij in het bijzijn van zijn familie op donderdag 4 maart 2004 in Ammerzoden.         

Joop Sanner, maart 2019

Door lekke band bijna de (huwelijks-)boot gemist

Ruim gezien zijn we natuurlijk allemaal familie van elkaar. Genealogie voert ons echter niet terug naar het begin van de mensheid, maar soms wel naar heel verre voorouders. En tijdens zo’n reis door de geschiedenis kom je regelmatig allerlei boeiende vondsten tegen. Zo ontdekte ik bijvoorbeeld dat mijn schoonvader en schoonmoeder al familie van elkaar waren vóórdat ze met elkaar trouwden! Nu ja, beter gezegd dat de families Bernouw en Jaarsveld al met elkaar verweven waren via de gezusters Wolfert.
Over dat huwelijk van mijn schoonouders gesproken: Bijna was dat feest niet doorgegaan. Wij hebben namelijk nog een brief aan Ali Jaarsveld uit 1945 (waaruit bijgaande uitsnede), van haar liefhebbende zangvriendje Freek Bernouw.

> De volledige tekst van dit artikel is te lezen in de Familiekroniek bij de stamboom van de familie Bernouw-Jaarsveld op Geneanet 

Hoenzadriel, Protestantse enclave in katholieke gemeente

Atelier 101 (Foto Cor de Cock)

Misschien hebt u het ook gehoord in het nieuws: “Professionele hennepkwekerij gevonden in kelder onder nieuwe schuur in Hoenzadriel.” Maar waar ligt dat eigenlijk, dat Hoenzadriel?
Nou, ik kan u vertellen dat het in de Bommelerwaard ligt, een gebied in de provincie Gelderland, globaal tussen Zaltbommel en ’s-Hertogenbosch. Met zo’n 250 inwoners is het één van de kleinste dorpskernen. Het op de noordoever van de Maas gelegen dorpje maakt deel uit de gemeente Maasdriel, evenals Velddriel en het grotere Kerkdriel.
Deze plek is al heel lang bewoond. Dat bleek toen in 1946 potscherven werden gevonden die terug konden worden gebracht tot de Karolingische tijd (ca. 725 – 1050 na Chr.).
Bekend is ook dat er in Hoenzadriel in de middeleeuwen een gasthuis stond, daterend van vóór 1340, waarin zwervers en hulpbehoevenden werden opgenomen. Dat gasthuis werd in 1830 gesloten. De kasgelden en de goederen werden aan de toenmalige gemeente Driel overgemaakt, die het Gasthuisfonds in het leven riep. Met behulp van dit fonds werd een openbare school gerealiseerd.
Hoenzadriel was een protestantse enclave in een overwegend Rooms Katholieke gemeente. De gereformeerde inwoners van de dorpskern waren vóór 1897 kerkelijk ingelijfd bij ‘s-Hertogenbosch. Aanvankelijk hielden de Hoenzadrielse gereformeerden hun diensten bij iemand thuis. In 1892 kocht ‘Den Bosch’ in Hoenzadriel een huisje aan de Rooijensestraat. Het sobere gebouwtje werd in 1910 eigendom van de kerkelijke gemeente Hoenzadriel. Er stonden zo’n veertig stoelen en een katheder in.
De eerder genoemde school werd waarschijnlijk in 1909 gebouwd aan de Kievitsham. Er waren voor de zeven klassen twee leerkrachten, een onderwijzeres en de hoofdonderwijzer. Later kwam er voor het schoolhoofd een woonhuis aan de voorkant van de school. De school moest in1935 worden opgeheven. Vanaf dat moment was het dorp voor zijn onderwijs afhankelijk van Kerkdriel.
Enkele dorpelingen zetten zich er echter voor in om het gebouw te behouden en er een kerkbestemming aan te geven. Op 7 maart 1939 was het zover dat de feestelijke opening kon plaatsvinden. De kerk werd bezocht door leden van de ongeveer tien gereformeerde gezinnen in Hoenzadriel.
In de tweede wereldoorlog veroorzaakten de geallieerden ten zuiden van de Maas met hun artillerie enkele gaten in het kerkdak. Jonge lidmaten namen met gevaar voor eigen leven de reparatie ter hand.
Door terugloop van kerkbezoekers moest de kerk in 1975 gesloten worden. Na een emotionele oudjaarsdienst op 31 december is de kerk met woonhuis verkocht en de inboedel verdeeld.
Later is er ‘Atelier 101’ in gevestigd, met ruimte voor cursussen, concerten en exposities. Het gebouw, met een kleine torenspits, heeft zijn karakteristieke aanblik behouden.
Een andere attractie van Hoenzadriel bevindt zich verderop aan de Kievitsham: De statige korenmolen uit 1846, Sara Catharina genaamd, die op zaterdagmiddag geopend is, als de blauwe vlag op het dak uithangt. En die prima volkorenmeel levert voor onder meer heerlijke pannenkoeken.
Vanwaar nu al deze informatie? zult u zich misschien afvragen. Dat komt doordat mijn schoonfamilie uit deze streek afkomstig is en ik daar regelmatig wat genealogisch onderzoek naar pleeg uit te voeren. En dan is zo’n stukje natuurlijk mooi meegenomen.
Voor alle duidelijkheid: mijn familie houdt zich niet met drugs bezig. Er kunnen wel allerlei andere boeiende verhalen over hen verteld worden. Maar dat bewaar ik voor een volgende keer, als de rust in het kleine dorp weer een beetje hersteld is!

Joop Sanner, oktober 2016

Bronnen:
– Brabants Dagblad, 27 november 1997 – Streekarchief Bommelerwaard
– Gradus van den Anker, Hoenzadriel – Foto kerk: Cor de Kock
– Wikipedia – Familiestukken
– http://www.bommelerwaardgids.nl/streekinfo/thema/hoenzadriel/

Het Amsterdamsche veer

Zicht op Schiedam

Spittend in de genealogische gegevens van je voorouders kom je soms informatie tegen, die een beeld geeft van hoe mensen in een bepaalde tijd leefden. Of het nodigt uit om je te verdiepen in de historie om helder te krijgen hoe een en ander ook alweer zat. Niet alleen geboorte- en overlijdensdata, maar vooral persoonlijke verhalen zorgen daarbij dat je je meer met je verre familie verbonden voelt. Die data en informatie van de burgerlijke stand  vormen vaak  wel  het  aanknopingspunt om verder op zoek te gaan.

Neem nu bijvoorbeeld het leven van Hendrik Barnouw (1776-1841), een verre voorouder van mijn eega en afkomstig uit Schiedam. In de overlijdensakte van Hendrik d.d. 4-2-1841 staat dat hij besteller was van het Amsterdamsche veer. Dan wil je natuurlijk weten wat dat inhield. Helemaal precies lukt dat niet, maar er kan wel een indruk worden verkregen.

Het Amsterdamsche veer zorgde voor de verbinding tussen onder meer Schiedam en Amsterdam.
In de tijd van Hendrik waren de wegen veelal onverhard en moeilijk begaanbaar, zeker ook in het waterrijke westen van ons land. In de steden was er nog wel sprake van aangelegde straten, maar daarbuiten zakten de rijtuigen en karren tot aan de assen in de modder.
Gelukkig kende Nederland ook vele waterlopen, die als natuurlijke natte infrastructuur ten volle werden gebruikt. Het was dan ook logisch dat het vervoer van mensen en goederen over water plaatsvond. Het was een relatief snelle manier, goedkoper, redelijk veilig en daarnaast konden er meer goederen meegenomen worden dan per kar en paard.

Meer informatie is te vinden bij de stamboom van de familie Bernouw op Geneanet: 
https://www.genealogieonline.nl/stamboom-bernouw-jaarsveld/



Comments are closed.