Schrijfsite

Expandmenu Shrunk

Genealogie

Naarmate je ouder wordt, krijg je steeds meer interesse in het verleden. Van je ouders heb je vast veel onthouden. Maar hoe zit het met je opa en oma? En nog verder terug?
Ik ben ieder geval heel benieuwd naar hoe mijn voorouders waren. Van onze familie Sanner weten we dankzij eerder genealogisch onderzoek van mijn broer nogal wat. Deze gegevens heb ik later gedigitaliseerd. Ze zijn te vinden op: www.geneanet.org/  Daar is naast de stamboom van de familie Sanner ook die van de families Den Dunnen-Dekker ondergebracht. Om dit te kunnen inzien, moet er wel eerst ingelogd worden.

Mijn eega Ans Bernouw wist aanvankelijk maar heel weinig van haar grootouders en andere familie. We zijn er naar op zoek gegaan en behalve bij Geneanet kun je het resultaat voor de familie Bernouw-Jaarsveld  ook vinden via:
https://www.genealogieonline.nl/stamboom-bernouw-jaarsveld/

Op deze plek probeer ik enkele indrukken weer te geven van wat ik zoal bij het speuren naar onze roots tegenkom. Zoals bijvoorbeeld het hieronder staande verhalen, of op de volgende tabbladen.

Reacties zijn natuurlijk van harte welkom bij: josan86@live.nl
Of maak gebruik van de hieronder staande reactiemogelijkheid. En
heeft iemand een leuke foto, een mooi verhaal, of aanvullende informatie, dan houd ik mij aanbevolen.

Het Amsterdamsche veer

Zicht op Schiedam

Spittend in de genealogische gegevens van je voorouders kom je soms stukjes informatie tegen, die een beeld geven van hoe mensen in een bepaalde tijd leefden. Of het nodigt uit om je te verdiepen in de historie om helder te krijgen hoe een en ander ook alweer zat. Niet alleen geboorte- en overlijdensdata, maar vooral persoonlijke verhalen zorgen daarbij dat je je meer met je verre familie verbonden voelt. Die data en informatie van de burgerlijke stand  vormen vaak  wel  het  aanknopingspunt om verder op zoek te gaan.

Neem nu bijvoorbeeld het leven van Hendrik Barnouw (1776-1841), een verre voorouder van mijn eega en afkomstig uit Schiedam. In de overlijdensakte van Hendrik d.d. 4-2-1841 staat dat hij besteller was van het Amsterdamsche veer. Dan wil je natuurlijk weten wat dat inhield. Helemaal precies lukt dat niet, maar er kan wel een indruk worden verkregen.

Het Amsterdamsche veer zorgde voor de verbinding tussen onder meer Schiedam en Amsterdam.
In de tijd van Hendrik waren de wegen veelal onverhard en moeilijk begaanbaar, zeker ook in het waterrijke westen van ons land. In de steden was er nog wel sprake van aangelegde straten, maar daarbuiten zakten de rijtuigen en karren tot aan de assen in de modder.
Gelukkig kende Nederland ook vele waterlopen, die als natuurlijke natte infrastructuur ten volle werden gebruikt. Het was dan ook logisch dat het vervoer van mensen en goederen over water plaatsvond. Het was een relatief snelle manier, goedkoper, redelijk veilig en daarnaast konden er meer goederen meegenomen worden dan per kar en paard.

De verbinding tussen Schiedam en Amsterdam maakte deel uit van een eeuwenoude route, in de vorm van een beurtvaart. Daarbij werden passagiers, vracht en vee volgens een dienstregeling langs een vast traject vervoerd. Het woord ‘beurt’ duidt in deze context op de geregelde volgorde waarin schippers moesten varen. Zij hadden een monopolie op te vervoeren goederen en passagiers. Tarieven en dienstregeling werden door de betrokken steden vastgesteld.
Tot de bekende schippersfamilies die het Amsterdamsche Veer bedienden, behoorden de gebroeders Zwart. Vanaf hun huis aan van het einde van de Nesse in Waddinxveen voeren zij aanvankelijk met een trekschuit naar hun bestemming.
Wanneer zij in Schiedam arriveerden, kwam Hendrik om de meegebrachte pakjes en brieven in ontvangst te nemen en in de Jeneverstad te gaan bezorgen. Mogelijk dat het veer gevulde flessen van het rijke vocht mee terugnam, om wellicht in Amsterdam af te leveren.

Dat dit geen onbelangrijke taak was, kan worden opgemaakt uit een archiefstuk dat berust in het Gemeentearchief te Schiedam (alleen daar te raadplegen). Dat heeft als titel: ‘Instructie voor den besteller op het Amsterdamsche veer binnen de stad Schiedam, 28 Nov. 1805.’ (Uit: Verzameling Keuren, Gemeentearchief Schiedam 104).
Ook de werkzaamheden van de commissaris over het Amsterdamsche veer heeft Schiedam keurig vastgelegd in een instructie van 6 Maart 1802 (gedrukt, nr. 2840). Volgens artikel 2 van deze instructie zal hij van al hetgeen bij hem wordt aangegeven om naar Amsterdam verzonden te worden, een extract en duidelijk register moeten houden.
Of er ook brieven of pakjes voor de familie Barnouw zelf bij waren, heb ik niet kunnen achterhalen.   

Bronnen:

– Gemeentearchief Schiedam en https://www.schiedam.nl

– ‘Het dorp Waddinxveen,’ Tijdschrift Historisch Genootschap, maart 2013

– Wikipedia

– Foto Schiedam: www.holland.com

 

Fred en de pianola

Fred aan het werk

Bij het opnieuw inruimen van mijn boekenkast kom ik plaats tekort, want ik wil ook een plekje vrijmaken voor mijn hobbyspullen. Eens kijken wat er misschien uit kan. Ik heb bijvoorbeeld een boek over pianola’s in mijn hand. Dat doet me overigens denken aan m’n zwager Fred. Op mijn rol staat nog steeds dat ik in het kader van mijn genealogische studie over de familie Bernouw een stukje over zijn exclusieve baan wil schrijven.

Laat ik dat dan maar meteen doen:

Fred Bernouw is al van kinds af aan in muziek geïnteresseerd. Als zesjarige kwam hij eens thuis van een vakantiekamp. Zonder ooit les te hebben gehad speelde hij de kampliedjes voor de voet weg op het huisharmonium. Op achtjarige leeftijd ging hij orgellessen volgen. Een jaar later mocht hij in de Hervormde kerk naast de organist zitten en speelde hij bij het uitgaan van de kerk. Later mocht hij een invalbeurt vervullen wegens ziekte van de vaste organist. Op zijn twaalfde volgde hij die organist op. Daarnaast werd hij ook organist in de Rooms Katholieke kerk van Kerkdriel.
Toen Fred uit militaire dienst kwam, gaf hij zich in 1978 op voor een driejarige opleiding aan de piano-technische school in Amsterdam.
Nu restaureert hij al jarenlang pianola’s en andere mechanische muziekinstrumenten.  En dat niet alleen, want ook zoon Frank is dit vak ingegaan. Samen zijn ze volop actief in hun muzikale werkplaats te Hoenzadriel. 

Even voor de leken: een pianola is een kunstspelinstrument, dat met behulp van boeken of rollen bespeelbaar is. Vanaf ongeveer 1880 wordt er mee op grote schaal muzikale composities in huiskamers tot klinken gebracht.
Het schijnt dat de eerste pianola werd gebouwd door de Amerikaan Edwin Votey. In de Verenigde Staten werden ze als player piano’s geproduceerd door de Aeolian Company. In Europa verschenen de instrumenten een paar jaar later, waarbij ze in Nederland kunstspelpiano werden genoemd. Later is de merknaam Pianola een verzamelnaam geworden voor alle automatisch spelende piano’s.
Nederland kende vanaf 1923 ook een eigen pianolarollenfabriek: Hollandia in Amsterdam. Die  brandde in 1928 uit en werd later onder de naam Euterpe voortgezet.
De bloeitijd van de pianola lag in de jaren twintig van de 20e eeuw. Het apparaat raakte in onbruik doordat muziek via radio of een elektrische grammofoon ten gehore kon worden gebracht.

Pianola’s waren aanvankelijk apparaten die vóór een piano of vleugel werden geplaatst, zodat ze de toetsen konden indrukken. Rond 1905 werden pianospeelapparaten in een piano of vleugel ingebouwd.
Er kwamen ook instrumenten die een vastgelegde uitvoering van een pianist geheel automatisch konden naspelen. Deze vorm van de pianola wordt reproductiepiano genoemd. Het spel van een pianist kon worden vastgelegd op een papierrol en worden vermenigvuldigd.

Een pianola werkt met een pneumatisch systeem. Door middel van een geperforeerde papieren rol en een pneumatisch transmissiesysteem speelt de pianola, zonder de bij een piano gebruikelijk toetsen te gebruiken. Door de voetpedalen te bedienen, slaan met vilt beklede ‘vingers’ op de pianosnaren. Daarbij moet je je voorstellen dat eerst een stuk van een pianist is vastgelegd op die papieren rol. Iedere aanslag van de muzikant werd op papier aangetekend en vervolgens er in geperforeerd. Door die gaatjes stroomt lucht. De meeste mensen kennen dit principe van de boeken bij een draaiorgel.

Bijna honderd jaar na de eerste verschijning, krijgt het instrument in 1976 in Nederland hernieuwde aandacht, mede door het oprichten van de in Venlo-Blerick gevestigde Nederlandse Pianola Vereniging.
De afgelopen jaren zijn verschillende oude pianorollen op een gerestaureerde reproductiepiano afgespeeld en op cd opgenomen. Vooral de opnamen waarin componisten hun eigen werk speelden, vormen fascinerende documenten.

Wanneer je eens wilt horen hoe zo’n instrument klinkt, kun je luisteren naar:

https://www.youtube.com/watch?v=jSghKCPDF-s

Het Utrechtse museum Van Speelklok tot Pierement bezit een verzameling historische pianorollen die regelmatig te beluisteren zijn. En in Amsterdam is ook een Pianola Museum.

Dat het werk van Fred en Frank Bernouw niet alledaags is, bewijst ook wel het feit dat ze op 3 februari 2015 hoog bezoek kregen van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasdriel, in het kader van de ‘100 dagen tour’ van burgemeester Van Kooten.
Onder het genot van een kop koffie werd het tot stand komen van hun bedrijf besproken. Hierna werd de delegatie getrakteerd op een deskundige uitleg en een demonstratie over de gerestaureerde orgels en pianola’s. Na afloop kreeg het gezelschap als aandenken een pianolarol en een Pianolabulletin aangeboden.

 

O ja, dat boek over pianola’s paste inderdaad niet meer in mijn boekenkast. Neef Frank was er echter best blij mee!

Bronnen:

–  Pianola’s, Samenstelling Peter Suidman, Nederlandse Pianola Vereniging, 1981

–  Brabants Dagblad

http://mooimaasdriel.nl/index.php/nieuws/7430/23108/www.blakenburgkeurslager.nl

http://www.pianola.nl/Pianola_Museum/Welkom.html

–  Nederlandse Pianola Vereniging, Venlo-Blerick – Wikipedia.org