Valse start?

Het startschot brengt een explosie teweeg in mijn lichaam. Als een kanonskogel vlieg ik op de finish af. Rechts een paars projectiel, een fractie van een seconde eerder op weg. Kiroendi, op baan vier. Altijd op blote voeten en met afgrijselijke sportkleding. Maar wel snel dus.

Pas op! Voor je kijken, niet van de baan afwijken.

Slechte start. Gebeurt vaak op baan drie. Een ongeluksnummer; leverde ook al eens een enkelblessure op.

Op baan één schuift een rood-zwart gestreepte diesel voorbij. Richards. Komt langzaam op gang. Laat op driekwart van de wedstrijd de meeste atleten zijn rug zien. Blaast zich dan vlak voor de finish op.

Denk om de ademhaling. Concentratie.

Lodewijks op twee. Moet te pakken zijn. Wat zwabbert die kerel. Lijkt wel een wielrenner tijdens de sprint. Is fietsen trouwens niet veel aardiger? Meepeddelen in het peloton, kermisrondjes met premies. Sponsors en waterdragers.

Krachten verdelen over honderd of tweehonderd kilometer. In plaats van een alles-of-niets-poging in pakweg tien seconden.

Waarom doe ik dit? Een finaleplaats bij de NK indooratletiek, deelname aan de Olympische Spelen. Mijn naam in de annalen. De limiet is minimaal plaats drie. Zit zoiets er in? Maybe, met een goede eindsprint. Nu! Lichaam naar voren.

Dit wordt niets. De honderd meter kan alleen zonder denken en voelen. Maanden trainen met loden schoenen moeten volgen.

 

Maar als het op de baan niet lukt, kan ik misschien schrijver worden. Of zou dat net zo moeilijk zijn? Wat zeg je? Niet aan beginnen? Omdat dit alleen maar op een teleurstelling kan uitlopen. En omdat het daarnaast enorm veel tijd kost en niks oplevert behalve frustratie. Je loopt soms wekenlang over een idee na te denken. Meen je dat je iets bruikbaars gevonden hebt, ga je achter je pc zitten. De eerste zinnen blijken echter niet te willen komen. Goed, dan maar iets wat je wèl te binnen schiet. Heb je dit eenmaal overwonnen volgt de rest meestal vanzelf. Niet dus, want meer dan de helft moet je schrappen en het overige dient vele malen te worden herschreven.

Uiteindelijk kan er iets ontstaan waarvan je zegt: ‘Mwàh, niet onaardig; nu alleen nog een titel.’

Vervolgens moet er voor een beetje voldoening van al die uitsloverij natuurlijk gepubliceerd worden. Enthousiast benader je een uitgever of de redactie van een literair tijdschrift, die het terugstuurt met de mededeling dat je werk niet bij hen past. Bij de volgende poging is je verhaal te kort, te lang, of… Altijd is er wel wat aan te merken. Een bestseller schrijf je niet gauw. Zinloos dus, verspilde energie.

 

Misschien kan ik toch beter aan sport blijven doen of schilderijen gaan maken. Exposeren schijnt heel gemakkelijk te gaan. Een kwakje verf hier, een streekje daar en er is zo 150 euro te vragen voor een dergelijk kunstwerk.

Maar schrijven… Mocht het ooit lukken iets gepubliceerd te krijgen, dan haal je er hoogstens de kosten van je inktcartridge uit.

Als ik dan eerst eens een cursus ‘Creatief schrijven’ volg?

Wat? Wordt het daar alleen nog maar erger door? De samenstellers van zo’n cursus weten het allemaal prachtig te brengen. Ze zwepen je op tot een enorme productie. Je dient dan bij je brouwsels ook nog rekening houden met allerlei literaire begrippen, zodat je voortdurend met schrijven bezig bent. Overdag moeten je collega’s drie keer iets vragen voor het tot je doordringt, omdat je in gedachten met het opzetten van een schema bezig bent. ‘s Nachts mompel je in je slaap de woorden van een te schrijven liefdesverhaal vergezeld van een vreemde naam, zodat je partner veronderstelt dat je een oogje op een ander hebt. Kortom: pure zelfkwelling dus.

Dan maar, als ik toch zo nodig schrijven moet, me beperken tot brieven naar een oude tante. Of een dagboek nemen. Heb ik gelijk een uitlaatklep. Al was het maar omdat duizenden anderen ook al met het schrijven van gedichten of verhalen bezig zijn.

Maar wacht even, nu mengt ook mijn geliefde levensgezellin zich in de discussie. Ze wijst erop dat je van schilderen helemaal niet rijk wordt. Je moet dat alleen doen als je het zelf leuk vindt, zegt ze. Want laten we wel wezen: we zijn gewoon maar amateurs. Akkoord, dat is zo. We doen onze hobby’s vooral om lekker bezig te zijn.

Niettemin hoop ik dat jullie als lezers en kijkers ook een beetje plezier van ons werk hebben. Dan hebben wij ons tenminste niet voor niets – of niet alleen voor onszelf – ingespannen.