Cupido

Aquarel Ans Sanner

Frits ­hangt met enkele klasgenoten nog wat rond op het schoolplein.
“Moet je die kakkers zien,” zegt Marina. Ze wijst op een stel jongens rond een meisje in een trendy grijze rok en zwart shirt met opgestikte bloemen. “Die Cynthia ziet er netjes uit, maar ze heeft het zowat met de hele klas gedaan.”
“Ik dacht dat jij ook niet bang van jongens was,” merkt Roy op.
Het gezicht van Marina krijgt haast de kleur van de rode trui die ze op haar Levi’s draagt.
“Morgen hebben we drie tussenuren,” verandert Anke van onderwerp.
“Laten we dan naar het Elshoutpark gaan,” stelt Frits voor, die een oogje op Anke heeft. Zijn vriend Roy ziet wel wat in een uitstapje met Marina. Langzaam slenteren ze naar de fietsenstalling.
“Wat een klerezooi hier,” horen ze Martijn  zeggen, een kale gozer van HAVO-5. “Ze jatten je gym­schoenen onder je reet vandaan. Jassen en rugzakken worden ge­klauwd en nu is ook mijn fiets half gesloopt. Het is crisis.”
“Tja, wat doe je dan nog op school hè?” reageert Roy.
Martijn kijkt hen met zichtbaar ongenoegen aan. Hij heeft weinig op met paardenstaarten en zeker met die doodskoppen, op hun rug wel te verstaan. Maar ja, handel is handel. Dus zegt ie: “Zolang ik hier nog iets kan verdienen… ”
Roy blijft staan praten, terwijl Frits, Anke en Marina gaan kijken of hun fietsen nog onge­schonden zijn.

De volgende dag lopen ze met z’n vieren door het Elshoutpark.
“Ik heb iets meegenomen voor een paar toffe uurtjes,” zegt Roy. Hij haalt een roze doosje tevoorschijn met een donkerbruin Cupidootje erop.
“Zijn dat condooms?” giechelt Marina.
“XTC-pillen; gekocht van Martijn, gisteren.”
“Is dat niet gevaarlijk?” vraagt Anke een beetje geschrokken.
“Welnee joh,” reageert Roy, ” je gaat er even lekker mee uit je dak.”
“Zoiets neem je toch niet midden in een park?” meent Frits.
“Waarom niet? Je krijgt alleen maar wat meer energie en je voelt je er vrijer door.” Roy z’n blik gaat naar het strakke truitje van Marina en vervolgt dan: “Laten we naar die oude boerderij gaan, een eindje verderop.”
Tot voor kort oefende een agrariër hier zijn beroep uit. Nu lijken de gebouwen van de boerderij verlaten. Maar in een van de schuren ligt nog een berg hooi. Beter kan het niet, vindt Roy. In kleermakerszit vormen ze een kring en nemen om de beurt een pilletje uit het doosje met het Cupidootje. Er volgt wat zenuw­achtig gepraat. Marina begint na een poosje Roy te zoenen.
“Zullen we voor een beetje privacy zorgen?” Hij pakt een armvol hooi en bouwt met Frits een  afscheiding.
“Voel jij al iets?” fluistert Anke, wanneer Frits naast haar ligt.
“Een lichte tinteling.”
“Wil je me zoenen?”
Hij buigt zich naar haar toe en zij slaat haar armen om hem heen. Of het door de kus komt, of de XTC-pil, weet Frits niet, maar het lijkt opeens of zijn hart de turbo aanzet. Begerig zoekt hij haar mond, tot zij hem iets van zich afduwt en haar bloesje losknoopt. Al snel glijdt zijn hand in haar beha. Wanneer hij haar strakke spijkerbroek wil losmaken, worden ze opgeschrikt door een mannenstem: “Hier moeten ze ergens zitten.”
Ze blijven stil liggen en proberen hun adem in te hou­den. Het komt Frits voor dat zijn hartslag van verre hoorbaar moet zijn.
“Misschien zijn ze door die achterdeur gevlucht,” reageert een andere stem.
Ze horen een deur open en dicht gaan en dan wordt het stil.
“Shit,” fluistert Roy, “wat is dat nu weer?”
Marina lacht een beetje hysterisch. “Moeten ze ons hebben?”
“Dat lijkt me sterk, maar we kunnen toch beter even poolshoogte gaan nemen,” reageert Frits.”
Voorzichtig gluren ze door een raampje in een hoek van de schuur. Tot hun schrik zien ze buiten twee politiewagens staan.
“Er moet meer aan de hand zijn,” stelt Roy vast.
Terwijl de meisjes zenuwachtig giechelend in de schuur blijven, glippen de jongens door de achterdeur naar buiten. In een loods met geblindeerde ramen is blijkbaar iets aan de hand. Door de geopende deur straalt een fel licht. Ze zien een paar agenten naar buiten komen met hun armen vol manshoge planten.
“Wiet,” fluistert Roy. Ze kijken nog een poosje toe hoe er nog meer hennepplanten buiten in een grote ijzeren container ge­gooid worden. Dan halen ze snel de meisjes op en weten ongezien het terrein te verla­ten.
Van les volgen komt die dag niets meer. Frits brengt Anke thuis en is daarna nog net op tijd voor het eten.

“Wat ben je laat,” zegt zijn moeder. “En wat heb je vierkante ogen. Zeker weer aan het computeren geweest bij Roy?”
“Ja, we hebben een ontzettend spannend spel gedaan.”