Boer zoekt vrouw

Aquarel Ans Sanner

Een bemoedigend zonnetje schijnt door het schuifraam op de keukentafel, maar daar hebben Adrie en Bernard geen oog voor. Ze kijken elkaar wantrouwend aan.
“Dit kan niet waar zijn!” zegt Bernard met stemverheffing.
Weer heeft de zuivelfabriek gemeld dat de melk die een paar dagen eerder is opgehaald te veel penicilline bevat. Dat is al de zoveelste keer gedurende de laatste maanden. Naast de andere, onverklaarbare problemen en de ziektes bij het vee. Het is om gek van te worden.
“Als dit niet ophoudt,” reageert Adrie, “verkopen we de boel. Ik ben die ellende spuugzat.”
“Maar mijn vader heeft z’n hele leven krom gelegen voor deze boerderij en ik zou het werk en het leven hier ook vreselijk missen.” Hij steunt met z’n ellebogen op de tafel en masseert zijn gespannen nekspieren. “Als we zeker weten dat we zelf niets fout doen, moet er een andere oorzaak zijn.”
Het blijft een poosje stil. Dan stelt Bernard voor: “Als we nu eens een videocamera bij de melktank opstellen?”
“Oké, laten we dat dan nog proberen. Maar dit moet nu snel stoppen; ik kan er echt niet meer tegen,” zucht Adrie.

Een hele tijd gebeurt er niets onregelmatigs op hun boerenbedrijf in het buitengebied aan de rand van het dorp. Tot er op een dag weer een melding van de zuivelfabriek komt. De elfde februari is opnieuw een te hoge concentratie penicilline vastgesteld. Meteen gaan ze de videoband van die dag bekijken. Gespannen moeten ze helaas constateren dat de beelden niet erg best zijn.
Ze zien de deur van het melklokaal opengaan en iemand binnenkomen, die met een zaklantaarn op de grond schijnt. De schim beweegt zich in de richting van de melktank en het licht valt even op de literkaart waarop de hoeveelheid melk wordt bijgehouden. Daarna schuift de rug van de indringer voor de camera, zodat ze een poosje alleen maar schaduwen zien bewegen. Dan verlaat hij de ruimte.
Naast teleurstelling levert deze ervaring toch ook een beetje hoop op. Er bestaat dus een duidelijke oorzaak voor hun problemen. Maar er is meer informatie en bewijs nodig. Daarom laten ze een infrarood-camera installeren, die zowel de melkruimte als een groot deel van koeienstal bestrijkt.

Weken later is Bernard op het weiland bezig. Opeens ziet hij Adrie naar zich toekomen. “Ik weet het niet zeker,” begint ze gelijk, “maar ik vertrouw het niet helemaal. Kun je eens mee meekomen om te kijken?”
Ze laat hem zien dat de dop van de melktank niet helemaal goed gesloten lijkt.
“Laten we voor alle zekerheid de meest recente bandopname gaan bekijken,” reageert hij.
Ze halen de cassette uit het apparaat en nemen die mee naar de woonkamer, waar ze de video aanzetten. Zenuwachtig gaan ze op de bank zitten, in afwachting van wat er komen zal.
Haarscherp zien ze een persoon in donkere overall door de staldeur stappen.  Langzaam schrijdt de insluiper langs de rij koeien. Stopt even om een paar kalveren te aaien. De camera draait en laat herkauwende koeien zien en even een boerenzwaluw, die door een kapot ruitje naar binnen vliegt.
Plotseling valt er een straal licht van de maan naar binnen. Dat schijnt op de handen van de ongenode gast, die zwarte handschoen draagt en iets uit de borstzak van zijn overall haalt.
“Het lijkt wel een vrouw,” zegt Bernard verbaasd.
Voor ze kunnen vaststellen of dit inderdaad zo is, loopt de donkere schim tussen de koeien door verder de stal in om het melklokaal binnen te gaan en – ze kunnen het haast niet geloven – meteen naar de tank te stappen. De dop daarvan wordt losgedraaid. Er verschijnt een injectiespuit, die wordt geleegd in de tank. Daarmee wordt al veel helder, maar wacht even…
Als de boosdoener de dop op de tank wil draaien, is duidelijk zichtbaar dat die scheef zit. Er wordt  haastig een paar keer geprobeerd het ding er goed op te krijgen. Vervolgens loopt zij rustig – zou je bijna zeggen – terug de stal in, recht naar de camera!
Verbijsterd barsten Adrie en Bernard los: “Justine! Hoe is het mogelijk? Maar waarom?”
Er valt even een gespannen stilte, dan zegt Bernard zacht: “Toen ik destijds voor jou koos, kon ik niet anders dan haar naar huis sturen. Ik vrees dat ze dat nooit heeft kunnen verkroppen.”