Over de drempel

Inmiddels zijn we al weer een aardig eind op weg in 2018. Tijd om eens even te bekijken wat er terechtgekomen is van je goede voornemens. Nog steeds lekker bezig, of merk je dat je doelstelling te hoog gegrepen is? Soms helpt het om de intenties wat naar beneden bij te stellen, stapsgewijs te werken aan wat je wilt veranderen. Maar vaak valt te beluisteren dat er van de goede bedoelingen weinig terecht is gekomen en het gewone leven weer z’n gangetje heeft hernomen. En kijk je om je heen, dan lijken de signalen ook weinig goeds te voorspellen: smeltende gletsjers, klimaatveranderingen, toenemende natuurrampen, wereldleiders die de internationale verhoudingen op scherp zetten, problemen in het onderwijs en de ouderenzorg, en noem maar op.

Dit klinkt allemaal heel somber. Je gaat je afvragen of er dan helemaal geen mensen meer zijn, die op zoek gaan naar vrede en geluk. Of is dat iets voor sprookjes? Daarin trekt iemand die macht, rijkdom of een carrière boven de liefde stelt, altijd aan het kortste eind. Was dat in werkelijkheid ook maar zo.

Wat je daarnaast in sprookjes en sagen tegenkomt is een talisman, bijvoorbeeld in de vorm van een hanger met een granaatsteen. Zo’n steen zou je wilskracht en de overlevingsdrang activeren en versterken. Energie geven, helpen in schijnbaar uitzichtloze situaties en motiveren om je in te zetten voor de gemeenschap.

Er zijn trouwens ook ‘karbonkels’, mooie rode granaten met een vurige gloed, die oplichten in het donker als gloeiende kolen. Met een betekenis als ongeveer het Bijbelse ‘Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad’ (Psalm 119:105).

Zo’n karbonkelsteen komt onder meer voor in een verhaal over een prinses die verliefd was op de zoon van een arme graaf. Maar ze mocht van haar ouders alleen met iemand van koninklijke bloede trouwen. Daarom besloten de prinses en de jongen samen te vluchten. Hij nam een extra paard mee voor alle reisbenodigdheden, zij belaadde een paard met kostbaarheden. En zo gingen ze er stilletjes vandoor.

Ze doorkruisten een groot bos, waarna ze halt hielden onder een eikenboom om een poosje te rusten. Zij legde haar hoofd in zijn schoot en viel van vermoeidheid in slaap. Hij bewonderde zijn geliefde en zag daarbij dat ze een zakje aan een koord om haar hals had. Nieuwsgierig maakte hij het open en trof daarin een karbonkelsteen aan. Die vond hij zo mooi dat hij hem wel eens beter wilde bekijken in de zon. Hij legde de steen naast zich in het gras, tilde behoedzaam het hoofd van de prinses van zijn schoot en maakte voor haar een kussen van bladeren en mos. Toen hij de steen weer wilde pakken, zag hij dat die door een raaf was weggepakt die er even verderop mee speelde.  Hij stoof op de raaf af, maar die ging er natuurlijk vandoor, met de steen. De vogel ging van tak tot tak en van boom naar boom. De jongen achtervolgde hem, totdat de raaf uiteindelijk in het struikgewas verdween.

De jongen merkte dat hij niet alleen de steen kwijt was, maar ook de weg terug niet meer wist. Hopeloos verdwaald ontmoette hij een poos later een sjiek geklede heer. Die zei dat hij geen idee had hoe ze de prinses zouden kunnen vinden. Daarom stelde hij voor dat de verdrietige jongen met hem mee naar huis zou gaan.

Het was een prachtig wit huis, waar elf jongens aan tafel zaten. “Nu zijn jullie compleet,” zei de gastheer. “Jullie moeten alle twaalf een jaar en een dag hier blijven. Niemand komt in die tijd iets tekort. Maar aan het eind van die periode moeten jullie drie raadsels oplossen. Wie dat kan, krijgt een portemonnee die nooit leeg raakt. Wie dat niet kan, verliest zijn leven.

De elf jongens leefden er een jaar lang lustig op los, terwijl de twaalfde jongen dagelijks werd verteerd door verdriet om zijn geliefde.

De prinses begreep niet wat er gebeurd was toe zij wakker werd. Na een poosje ontdekte ze dat haar karbonkelsteen was verdwenen. Ze kon niet geloven dat degene die zij liefhad ermee vandoor gegaan was. Lange tijd dwaalde ze rond om hem te zoeken. Tevergeefs. Uiteindelijk besloot ze van de kostbaarheden die zij nog bij zich had een herberg te bouwen. 

Op de voorlaatste avond wandelde de zoon van de graaf door het bos. Toen het begon te schemeren zag hij een eindje verder drie raven in een boom neerdalen. “Morgen gaat het gebeuren,” klonk een stem, die verdacht veel leek op die van de rijke gastheer. “Dus je denkt dat die jongelui jouw raadsels niet kunnen oplossen?”“Echt niet. Proberen jullie het maar eens.”Terwijl de jongen zich achter een boom muisstil hield, hoorde hij de drie raadsels met de juiste antwoorden.

De volgende ochtend kwam de rijke heer uit het bos lopen en liet de twaalf bij zich komen. De eerste twee raadsels leverden vele antwoorden op, maar slechts alleen het goede van de twaalfde jongen. Als derde vroeg de rijke heer: “Hoe werd de Ark van Noach verlicht?”“Door olielampen,” klonk het in koor uit elf monden.

Na een korte stilte antwoordde nummer twaalf: “Door de schittering van een enkele reusachtige rode karbonkel. Net zo’n steen als u in de gedaante van een raaf van mij gestolen hebt.”
Met een onuitputtelijke geldbuidel en de rode steen verliet de jongen het witte huis en ging op zoek naar de prinses. Jarenlang trok hij zonder succes door allerlei streken. Ziek van ellende bereikte hij uiteindelijk een eenzame herberg. Een vrouw ontving hem hartelijk en verzorgde hem vele dagen. Op een avond bracht ze het eten naar zijn kamer. Toen de deur openging bleef ze verbluft staan. Op de tafel lag een rode steen. In het licht daarvan herkenden ze elkaar plotseling en vielen elkaar in de armen.  

Naast alle voornoemde sombere vooruitzichten gloort er ook hoop. Want het leven gaat de komende maanden verder, met nieuwe kansen. De donkere dagen worden elke dag een beetje lichter. Niet alle ellende verdwijnt, we zullen er mee moeten leren omgaan. Dingen blijven veranderen; het wordt er niet altijd beter door.  Met een paar euro minder hoeven we niet meteen failliet te gaan. Naarmate we ouder worden, zal er ook meer sprake van slijtage zijn. Gezondheid hebben we grotendeels niet in eigen hand. Maar aan een positieve levensinstelling kunnen we zelf wel veel doen. Dat is wat ik alle lezers toewens.