Schrijfsite

Expandmenu Shrunk

Verhalen

Hier staan verhalen die eerder op deze site zijn gepubliceerd, zoals bijvoorbeeld:

Donkere dagen  

(Gepubliceerd: december 2015)

 

Aquarel Ans Sanner

Een snijdende wind joeg over het perron. Henk Straver trok zijn blauwgeruite pet strakker over zijn hoofd. Ondanks de kou gaf hij er de voorkeur aan om buiten te blijven. In de wachtkamer was het benauwd en voelde je telkens wanneer de deur openging een koude tochtstroom langs je benen waaien. Het was druk op het station. Waarschijnlijk veel mensen die gingen winkelen in de stad. Anderen, met koffers of volle rugzakken, brachten vast de feestdagen elders door.

‘Ding dong,’ schalde het over het perron. Geen kerstklanken, maar de aankondiging dat de trein richting Roosendaal vertraging had.

Het perron werd leger en de wachtkamer voller, terwijl Henk zijn aandacht naar boven richtte. Daar onder de overkapping waren nog sporen te zien van het nest dat twee duiven nu al weer maanden geleden bouwden. Sommige reizigers hadden er onprettige herinneringen aan overgehouden, toen het gevogelte door natuurlijke drang gedreven wat omlaag had laten vallen. Henk volgde elke morgen bij het naar kantoor gaan de ontwikkelingen daarboven op die tl-balk nauwlettend. Eerlijk gezegd met enige jaloezie, toen nog. Maar vanaf vandaag zou dat anders zijn.

‘Ding dong,’ klonk het weer, nu gevolgd door de mededeling dat de trein in aantocht was.

Henk stond op de juiste plek, de deuren gingen pal voor hem open. Nog ruimte genoeg, hij koos een zitplaats in een hoek bij het raam. De coupé liep snel vol, alleen tegenover hem bleef een plaats vrij.

Vlak voor vertrek kwam ze binnen, sjouwend met een zware koffer en een tas. Bij het zien van de lege plek zette ze haar bagage in het gangpad, haalde uit de tas een boek, om dat voor het raam te leggen. Vervolgens ging de tas op het bagagerek aan haar kant, en boven Henk de koffer, die daarbij even gevaarlijk wiebelde.
‘Sorry,’ zei ze en begon nu haar jas uit te trekken, terwijl de trein langzaam in beweging kwam. Bij het ophangen van haar jas bleef haar broekrok (met zo’n afgrijselijk laaghangend kruis) achter de leuning van de bank haken. Uiteindelijk zat ze dan.
‘Zo, kan het nu?’ waagde Henk te vragen.
‘Ja hoor.’ Ze schonk hem een betoverende glimlach.
Terwijl ze zich voorover boog om haar boek te pakken, viel zijn oog op haar beige trui. Die was voorzien van precies zeven knoopjes, waarvan de bovenste vier los waren en een zodanig inzicht boden, dat menigeen zou wensen ook de laatste drie los te mogen knopen.

Henk dwong zich naar buiten te kijken en vroeg zich af of ZIJ er ook zo uit zou zien. Het was nog in het pre-digitale tijdperk, dat wil zeggen dat hij haar had leren kennen door de brieven die zij naar aanleiding van een contactadvertentie uitgewisseld hadden. Ze wilde zelfs geen foto sturen, maar vooral haar karakter benadrukken. Zijn penvriendin schreef dat ze uit Almelo kwam. Na een hele tijd waren ze overeengekomen elkaar in ’s-Hertogenbosch te ontmoeten. Om vandaar samen door te reizen naar Brussel, waar ze een hotel voor een verblijf van tien dagen geboekt hadden.

Henk kon het niet laten nog een keer naar de aantrekkelijke vrouw tegenover hem te kijken. Hij probeerde de titel van het boek dat ze las te ontcijferen: Donkere… dagen. Alsof ze zijn ogen voelde, keek ze op.

Zichzelf verbazend vroeg Henk snel: ‘Spannend?’

‘O ja, best wel en het doet een lange reis veel korter lijken.’

Haar stem deed hem aan zijn buurvrouw Annie denken. Een weduwe van vijfendertig, die wel eens toenadering had gezocht. Hij hield de boot af. Daarna had hij haar lange tijd niet meer ontmoet. Als vrijgezelle veertiger was Henk wel vaker door vrouwen uitgedaagd. Bijvoorbeeld door een collega, die meestal net iets te gewaagd gekleed ging voor haar leeftijd en de gewoonte had om met haar vuurrode lippen elk koffiekopje te waarmerken alsof het haar persoonlijk eigendom was.

‘Goedemorgen, dames en heren. Vervoerbewijzen alstublieft.’

De conducteur was de coupé binnengekomen. De vrouw tegenover Henk stond op om in haar tas naar het kaartje te zoeken. Daarbij viel haar boek op de grond en daaruit een envelop. Henk herkende hem meteen: zijn brief! Hij raapte alles voor haar op, proberend niets te laten merken. Ze keek hem even aan en zei toen glimlachend: ‘Dank je.’
Gejaagd dacht Henk na over wat hem te doen stond. Meteen kleur bekennen, of even afwachten?

De trein naderde station Nijmegen, mensen begonnen hun spullen bij elkaar te zoeken en jassen dicht te knopen. Even later stroomde de coupé voor een groot deel leeg. Henk en de vrouw tegenover hem bleven in alle rust achter.
Toen de trein zich weer in beweging had gezet, begonnen ze opeens allebei gelijk te spreken. ‘Wie eerst?’ besliste Henk zenuwachtig lachend.
‘Ik dan maar,’ zei ze. ‘Ik had het pas in Brussel willen doen, maar nu kan ik het niet meer laten.’
Tot grote verbazing van Henk bracht ze haar handen naar het hoofd en… deed haar pruik af. Toen vroeg ze zacht: ‘Wil je toch met je buurvrouw naar Brussel?’

 

 

 

Zie voor meer verhalen in het menu. 



Comments are closed.