Niet doorvertellen hoor

Spannende roddels zijn natuurlijk heel boeiend voor een verhaal, maar gelijker tijd een beetje beschamend als het je familie betreft. Daarbij levert een strafblad doorgaans een extra bron van discussie op. Wanneer het een beetje gênant onderwerp betreft, komen de werkelijke feiten niet altijd boven tafel. Dergelijke achtergrond-informatie kleurt echter wel statische genealogische gegevens in en kan daarom bij het maken van een stamboom niet onvermeld blijven.

Ditmaal wil ik de zaak behandelen van een 24-jarige man uit onze familie Sanner, die in 1850 werd veroordeeld voor “Feitelijkheid tegen de eerbaarheid van een meisje van meer dan 15 jaren met gewelddadigheid ondernomen en uitgevoerd”.
Het betreft hier Christiaan Sanner, geboren in 1826 te Gorinchem, zoon van Ursus Sanner en Alegonda Goedel. Christiaan is op dat moment vrijgezel, van beroep bouwmansknecht en van geloof Nederlands Hervormd. Hij is vrij klein van gestalte, om precies te zijn: ‘1 el, 6 palmen en 4 duim’, dat wil zeggen: bijna 1,40 meter lang. Hij heeft onder meer grijze ogen, lichtbruin haar en ziet er verder gezond uit  (Dit laatste zeker in vergelijking met zijn latere medegevangenen).

Aanvankelijk is bekend dat Christiaan in het ‘Huis van Opsluiting’ te Woerden terecht komt. De reden daarvan blijft echter lange tijd onduidelijk. Er gaan geruchten dat er ergens een vonnis moet zijn, maar dat kan nergens gevonden worden. Uiteindelijk komt het vonnis via het Rijksarchief beschikbaar. Het is een stuk van het ‘Provinciaal Geregtshof van Noordbrabant’ uit 29 oktober 1850. (zie scan).
Daarin wordt de achternaam van Christiaan geschreven als ‘Zanner’. Uitvoerig zijn de verklaringen van vijf getuigen vastgelegd, op basis waarvan het volgende kan worden samengevat:
In de ochtend van 12 juni vragen Christiaan en een leeftijdsgenoot een dienstmeisje bij een landbouwer wat melk te drinken. Omdat zij meent dat de betrokkenen naar sterke drank ruiken, gaat zij daar niet op in. Later op die dag zijn beide jongemannen gras aan het maaien op een weide, wanneer het meisje daar met een collegaatje verschijnt om de koeien te melken. Een verbaal contact leidt er uiteindelijk toe dat Christiaan handtastelijk wordt en onder de rokken van het dienstmeisje tast.
Na deze getuigenverklaringen gehoord te hebben, verklaart het Hof hem schuldig aan seksueel geweld en zijn kompaan als medeschuldig. Ze worden veroordeeld tot vijf jaar opsluiting in een ‘tuchthuis, om daar door handenarbeid hun onderhoud te gewinnen’.

Volgens hedendaagse maatstaven lijkt dit een strafmaat buiten alle proporties. Misschien ook wel in tegenstrijd met de gebruikelijke zeden uit die tijd. Dat neemt natuurlijk niet weg dat er opgetreden dient te worden tegen ongepast gedrag. We weten niet of Christiaan anders was dan de jongens in zijn omgeving. Wel is bekend dat hij zich in het Huis van Opsluiting te Woerden keurig gedragen heeft. Hij krijgt zelfs twee keer drie maanden gratie, de laatste keer vlak voor de beëindiging van zijn straftijd.

Daarmee zijn de zorgen voor Christiaan nog niet voorbij. Thuis in Sleeuwijk wacht hem een verrassing: De vijf jaar oudere Johanna Ruimschotel vertelt hem dat hij de vader is van haar zoontje van drie. Of dat iets zegt over Christiaan of over Johanna, zullen we in het midden laten. Zoontje Antonie is bijna zeven maanden nadat Christiaan naar Woerden is vertrokken geboren. Ze besluiten te trouwen en dat is de reden dat de schrijver van dit stuk het als nazaat kan navertellen. Want ze krijgen daarna nog vier kinderen en vele nakomelingen. Vijf dagen na de bevalling van het laatste kind overlijdt Johanna in 1868, waarschijnlijk aan kraamvrouwenkoorts. Het achterblijvende gezin wordt opgevangen door de weduwe Johanna van Andel, met wie Christiaan een half jaar later in het huwelijk treedt.

Bronnen:

– De familie Sanner, fantasie of werkelijkheid? Jan Cornelis Sanner, 25 nov. 1979;

– Op zoek naar Ursus Victor Stephanus Saner, J.C. Sanner, april 1982;

– Inschrijvings-register Huis van Opsluiting te Woerden;

– Vonnis No. 1630 Provinciaal Geregtshof van Noordbrabant uit 29 oktober 1850;

– Koninklijk Besluit nr. 68 d.d. 6 juli 1854. 



Comments are closed.