Schrijfsite

Shrunk Expand

Genealogie

Over mijn vader

Wanneer je met de stamboom van je familie bezig bent, ga je terug naar voorouders. Regelmatig heb ik op deze site verslag gedaan van wat ik daarbij zoal tegenkwam. Extra leuk is het als je dingen vindt die je niet, of niet meer, wist. Bij het opruimen van mijn archief kom ik bijvoorbeeld een gedicht tegen dat tante Gerdina schreef ter gelegenheid van het veertigjarig huwelijk van mijn ouders in 1980. Daarin veel informatie over hun jonge jaren en hun gezamenlijk optrekken. Ik gebruik dit als basis voor een stukje over de jeugd van mijn vader.   

Kees Sanner in 1951

Mijn vader Kees Sanner zag op 25 november 1916 het levenslicht in het dorp Hank. Hij groeide voorspoedig en liep ook al vlug op het erf rond. Hij was vijf, toen hij een rijtuig aan zag komen. Kees pakte een steen en gooide een ruit in diggelen. Het rijtuig hield stil. Dokter De Groot stapte eruit en liep naar de moeder van de dader. Kees kroop vlug onder het bed en deed het daar in zijn broek van angst. Toen de dokter later nog eens kwam, stoof Kees snel naar de kinderwagen. Daar hing een laken over, waaronder hij wegkroop. Maar de dokter had het in de gaten en hield onder ’t laken Kees een kwatta voor.

Op zijn zesde mocht hij naar school. Veel zin in leren had hij niet, pret maken was veel leuker. Hij zat eens met ene Wim te praten. De juf stopte ze beiden in een kast en liet in een lade water lopen. Toen dat op de jongens drupte, trapten ze deur finaal kapot. Hiervoor kregen ze geen straf, want de bovenmeester keurde de actie van de onderwijzeres af.

Ook als hij vrij had, wist Kees zich wel te vermaken. Op een dag was hij kwijt. Angstig ging zijn moeder overal zoeken. Ze kwam daarbij een zekere Dien tegen, die wist te vertellen dat Kees gesignaleerd was varend in een sloot, schipper spelend in een tobbe.  

Zoals alle jongens deed Kees graag aan slootjespringen. Voor boer Van der Beek was dat een plaag. De jongens sprongen steeds op zijn land, waardoor de hele slootkant beschadigde. Op een keer greep hij Kees en wilde hem in de boezem laten zakken. Kees zwoegde om weg te komen. Daarbij gleed Van der Beek zelf uit en viel languit in het water. Thuis werd er later nog een hartig woordje over nagesproken.

Moeder Knelia was er niet erg over te spreken dat zij bijna dagelijks de kousen van haar zoon moest stoppen. Ze zei dat hij dat voortaan zelf maar moest doen. Zo pakte hij menigmaal zwarte sajet uit  de stopkist, stopte zijn kousen en ging dan naar bed.

Kees mocht eens met zijn oom Hannes mee achter op de motor. Dat ging niet helemaal goed. Bij ’t Houterlaantje belandden ze in een diepe sloot naast de weg. Gelukkig kregen ze de motor er snel weer uit en bereikten uiteindelijk zonder ernstige verwondingen het ouderlijk huis in Hank.

Na zijn schooltijd ging Kees met zijn vader en broer Jo werken voor de suikerfabriek in Kuipersveer, ten noordwesten van Puttershoek. Daarna volgde een tijdje werk bij het agrarisch loonbedrijf van Wim Snoek. Dat werk beviel hem niet zo, daarom ging hij weer met zijn vader op pad. Die was inmiddels schipper voor een rederij uit Dordrecht en voer onder andere naar Duisburg en Antwerpen. Later was vader Sanner met zijn eigen aak op de Nederlandse binnenwateren te vinden. Zoon Kees vond het een tijdje prima, maar dat vele verblijf buitenaf begon hem tegen te staan. Daarom ging aan het werk op een papierfabriek.

Op zijn 15e leerde hij een blaasinstrument bespelen bij muziekvereniging Crescendo in Nieuwendijk. Intussen was ook zijn belangstelling gewekt voor het vrouwelijke geslacht. Namen die daarbij de ronde deden waren onder meer Chrisje, Ko en Annie. Met hen bleef het niet lang aan. Dat muziek maken leerde hij van een kameraad die tegenover een zekere Bets den Dunnen woonde. Naar verluid maakte hij met dit dertienjarig meisje kennis op een Oranjefeest. Beetje jong voor verkering, maar ze waren niet meer te scheidden, ondanks de bezwaren van hun ouders en het feit dat het meerdere keren ‘uit’ raakte.

Kees stond bijvoorbeeld eens te wachten bij de Gereformeerde kerk in Nieuwendijk, waar hij had afgesproken met een meisje. Over de Rijksweg kwam echter Bets aanwandelen met een vriendin. De vonken sloegen meteen weer over. Bets vroeg of hij een eindje mee wilde lopen naar de Kildijk.

Toen Ger uit de kerk kwam, zag ze Kees nergens staan. Die zat bij Bets thuis. Blijkbaar had moeder Drika een goede bui. Ze vroeg zelfs of hij een kopje koffie wilde. Alleen was het presenteerblad weg. Ze keken overal in ’t rond, maar niets te zien. Uiteindelijk ging Kees staan en was het blad terecht.

Opa Johan en oma Knelia

Vorige keer dook ik in de roots van mijn eega. Ditmaal is de familie Sanner aan de beurt. Daarbij staan mijn grootouders van vaders kant centraal.

Opa Johan Cornelis wordt geboren in 1884 te Almkerk, als oudste zoon van Hannes Sanner (1857-1903) en Johanna Wijburg (1864-1950).
Johan wordt schipper en vaart voor een rederij uit Dordrecht onder andere naar Duisburg en Antwerpen. Later bevaart hij met zijn eigen aak de Nederlandse binnenwateren. Zo komt hij ook over de Gantel, een kleine waterloop in het Land van Heusden en Altena. Wanneer hij dan richting Biesbosch gaat, meert hij soms af bij de Vierbanse Sluis. Dat is vlakbij de boerderij van boer Van de Koppel, waar de zussen Knelia en Johanna van Daalen werken. Blijkbaar krijgt hij met hen contact en in mei 1912 trouwt hij met Knelia. Ze wonen dan een tijdje aan de Buitendijk 99 in de buurtschap ‘De Vierbannen’ bij het dorp Hank. Dit in afwachting van het gereedkomen van hun nieuwe huis op Buitendijk 109. In dit relatief kleine dijkhuis groeide een kinderrijk gezin, zoals ook op bijgaande foto te zien is.   

Vier van hen overlijden op jonge leeftijd: Peter (1924, bijna 8 jaar), Pietje (1944, 16 jaar), Jo (1945, 30 jaar) en Peter (de 2e, 1949, bijna 24 jaar). Hun broers en zusters krijgen allemaal kinderen, zodat er een grote familie ontstaat. De eerste die in het huwelijk treedt is zoon Kees, vader van de auteur van deze tekst.

Oma Cornelia Sanner-Van Daalen wordt geboren in 1890 te Almkerk, als dochter van Peter Otto van Daalen (1862-1948) en Sijke van Vark (1863-1949). Ik herinner mij haar als een zachte, lieve vrouw, die ondanks haar grote gezin toch ook tijd vrijmaakte voor ons als kleinkinderen. Zus Hennie en ik hebben ook weleens bij opa en oma Sanner aan de Buitendijk in Hank gelogeerd. We sliepen dan op de zolder, samen in één tweepersoons bed. In de kelder rook het heerlijk naar kafappels. Ongetwijfeld speelden we met neefjes en nichtjes die in de buurt woonden en misschien vingen we wel een glimp op van de sjieke voorkamer waar we anders nooit kwamen.  
Oma Sanner overlijdt op 5 januari 1964. Ik weet daar weinig meer van. Extra triest is wel dat het precies op de verjaardag van mijn moeder gebeurt.

Opa Sanner overlijdt op eerste Kerstdag 1972, dus ook op een extra gedenkwaardige dag.  

Een deel van voorgaande informatie is ontleend aan het boek: ‘De Vierbannen in de loop der tijden,’ van nicht Janny de Kok-Sanner, uit 2009.

Blind en verdronken

Wanneer je je verdiept in de geschiedenis van je voorouders wordt je niet altijd even vrolijk. Het liefst wil je natuurlijk verslag kunnen doen van smakelijke anekdotes. Helaas kent het leven echter ook allerlei schaduwkanten en voor een volledig beeld mogen die niet onvermeld blijven. 
Deze keer duik ik in de roots van mijn eega. Ik probeer met name meer te weten te komen over haar grootouders van vaders kant.

Ouders en grootouders van Ans Sanner-Bernouw

Van opa en oma Bernouw is niet zo veel bekend, zelfs een foto is -voor zover wij weten- niet van hen bewaard gebleven.

Cornelis Bernouw werd geboren op 29 maart 1883 te Hedel, als zoon van Nicolaas (Klaas) Bernouw en Sibilla Wolfert. Hedel (Hèèl in de volksmond) iseen dorp in de Gelderse Bommelerwaard, gelegen aan de rivier De Maas. Waarschijnlijk heeft vader Nicolaas zijn zoon aangegeven in het voorgaande jaar gebouwde Raadhuis. Tegenwoordig behoort Hedel tot de gemeente Maasdriel.
Over de jeugd van Cornelis weten we alleen dat hij opgroeide te midden van een groot gezin in een armetierig huisje aan de Nieuwstraat in Hedel. Onze informatie gaat verder bij zijn huwelijk op 4 juni 1914 met de dertigjarige Alida van Doesburg uit Waardenburg. Dat dorp ligt net ten noorden van Zaltbommel, aan de overkant van de rivier De Waal.

Alida leed aan glaucoom, een oogziekte die de oogzenuw beschadigt en leidt tot uitval van het gezichtsveld. Wanneer ze blind werd, weten we niet. Vader Freek Bernouw merkte aan het eind van zijn leven op dat hij in ieder geval goed voor zijn moeder gezorgd had.

Over opa Cornelis werd in de familie zelden gepraat. Het vermoeden bestaat dat er weinig positiefs over hem verteld kan worden. Waarschijnlijk was hij verslaafd aan de drank. Rondom zijn overlijden bestonden vraagtekens over wat er nu precies gebeurd was.

In het kader van ons genealogisch onderzoek voor het opstellen van een familiestamboom raadpleegden we het Regionaal Archief Rivierenland (RAR) te Tiel. Daar vonden we onder de gegevens van de Burgerlijke Stand Bommelerwaardse gemeenten 1811 – 1966 de overlijdensakte van opa (nummer 7, inventarisatie-nummer 202). In deze overlijdensakte is vermeld dat Cornelis Bernouw van beroep polderarbeider was.  Bij de akte was de opmerking vermeld: “Er is ook een overlijdensverklaring en een 3e afbeelding voor het verlof van de officier van justitie tot begraven.”

Wij hebben het RAR verzocht of we deze stukken konden inzien. Een medewerker van de studiezaal was zo vriendelijk ons van de betrokken stukken een scan toe te sturen.

De eerste bijlage betrof de Verklaring van overlijden (zie bijgaande afbeelding). Daarin is aangegeven dat verdrinking op 9 mei 1947, om ongeveer 11-12 uur, de oorzaak van overlijden is, met een vermoeden van een gewelddadige dood.

De tweede bijlage is afkomstig van het ‘Pakket van den officier van Justitie te Arnhem’. Dit betreft de toestemming tot begraven van Cornelis Bernouw, die op 9-5-1947 ten gevolge van zelfmoord door verdrinking te Hedel is overleden.

Dit kwam hard aan, maar bracht wel een stuk meer duidelijkheid.

Om deze tekst toch positief te besluiten, kan ik opmerken dat ik al jarenlang heel gelukkig ben met de kleindochter van Cornelis Bernouw en Alida van Doesburg.

Onze roots

Wanneer je je hebt verdiept in je roots, wil je de resultaten daarvan vastleggen en zichtbaar maken. Ik doe dat onder meer bij Geneanet, waar de informatie is verwerkt in twee verschillende stambomen.
In die van de familie Sanner zijn ook de families Van Daalen (mijn oma van vaders kant), en Den Dunnen – Dekker (van moeders kant) ondergebracht.
Om de gegevens op http://www.geneanet.org/ te kunnen inzien, moet er wel eerst ingelogd worden.

De andere stamboom betreft de familie Bernouw-Jaarsveld, de familie van mijn echtgenote Ans Bernouw.  Behalve bij Geneanet kun je het resultaat voor de familie Bernouw-Jaarsveld ook vinden via: https://www.genealogieonline.nl/stamboom-bernouw-jaarsveld/

Niet alle in de stambomen opgenomen informatie is openbaar toegankelijk. Met name die van nog levende personen is op grond van de privacywetgeving afgeschermd. Familieleden die graag een kijkje achter de schermen willen nemen, kunnen een ‘linkje’ aanvragen bij ondergetekende. Uiteraard kunnen ook onjuistheden en aanvullingen worden doorgegeven, via Geneanet of het emailadres: josan86@live.nl

Op deze schrijfsite geef ik regelmatig wat indrukken weer van wat ik zoal bij het genealogisch onderzoek tegenkom. Reacties daarop zijn van harte welkom. Helemaal onderaan deze bladzijde heb je daartoe een mogelijkheid.