Schrijfsite

Shrunk Expand

Genealogie

Onze roots

Regelmatig worden wij aan de vergankelijkheid herinnerd, zeker naarmate je ouder wordt. Op dat moment krijg je vaak ook meer belangstelling voor het verleden. Bovendien beschik je als gepensioneerde senior over meer tijd, die je naar eigen behoefte mag indelen.
Voor mij onder meer reden om me te gaan verdiepen in mijn roots. Ooit heeft mijn broer een stamboom van de familie Sanner opgesteld. Een paar jaar geleden ben ik die gaan digitaliseren en uitbreiden. Aan de kant van mijn eega was heel weinig bekend. Voldoende aansporing om ook daar met genealogisch onderzoek te starten.

Genealogie is overigens de wetenschap die de afkomst of afstamming bestudeert. Vroeger moest je daarvoor gemeentelijke archieven bezoeken, tegenwoordig kan dat veelal digitaal. Ook de resultaten ervan, de stamboom met bijbehorende verhalen en foto’s kun je met behulp van allerlei software presenteren. Ik doe dat onder meer bij Geneanet, waar de informatie is verwerkt in twee verschillende stambomen.
In die van de familie Sanner zijn ook de families Van Daalen (mijn oma van vaders kant), en Den Dunnen – Dekker (van moeders kant) ondergebracht.
Om de gegevens op http://www.geneanet.org/ te kunnen inzien, moet er wel eerst ingelogd worden.

De andere stamboom betreft de familie Bernouw-Jaarsveld, de familie van mijn eega Ans Bernouw.  Zij wist aanvankelijk maar heel weinig van haar grootouders en andere familie. We zijn er naar op zoek gegaan en behalve bij Geneanet kun je het resultaat voor de familie Bernouw-Jaarsveld ook vinden via: https://www.genealogieonline.nl/stamboom-bernouw-jaarsveld/

Niet alle opgenomen informatie is openbaar toegankelijk. Met name die van en nog levende personen is op grond van de privacywetgeving afgeschermd. Familieleden die graag een kijkje achter de schermen willen nemen, kunnen een ‘linkje’ aanvragen bij ondergetekende als beheerder van de stamboom. Uiteraard kunnen ook onjuistheden en aanvullingen worden doorgegeven, via Geneanet of het emailadres: josan86@live.nl

Op deze schrijfsite probeer ik regelmatig wat indrukken weer te geven van wat ik zoal bij het genealogisch onderzoek tegenkom. Reacties daarop zijn van harte welkom. Helemaal onderaan deze bladzijde heb je daartoe een mogelijkheid.

Nationale militie

Wanneer ik een stukje heb geschreven over een gezin of een bepaald familielid, plaats ik dat bij de betrokken familie. Wanneer het een onderwerp betreft dat in beide families voorkomt, zet ik het hier bij het algemene gedeelte.
Zo’n onderwerp is de Nationale militie.

In 1811 werd in Nederland onder de Franse overheersing de militaire dienstplicht ingevoerd: de zogenaamde conscriptie. Vóór de Franse inlijving bestond het leger uit vreemdelingen, landlopers en avonturiers.

Nadat in 1813 de onafhankelijkheid uitgeroepen was, werd het Reglement van Algemene Volkswapening, Landstorm en Landmilitie vastgesteld. De Nederlandse strijdmacht werd samengesteld uit een Landstorm (verdediging van de eigen omgeving) en een Landmilitie (verdediging van het vaderland). Voor buitenlandse acties kon de “armee” ingezet worden. Hierin konden ook buitenlanders dienst nemen. Op lokaal niveau opereerde tot 1901 de schutterij, na die datum werd deze vervangen door de landweer.

De Grondwet van 1814 bracht een reorganisatie binnen de strijdkrachten. Op elke 100 inwoners zou voortaan één militielid worden aangewezen. Het lukte vaak niet genoeg vrijwilligers te vinden voor de militie, daarom werd het aantal rekruten aangevuld met lotelingen.

Op 27 februari 1815 werd de eerste Militiewet van kracht. De landmilitie heette nu Nationale Militie. Alle ongehuwde mannen tussen de 18 en 22 jaar moesten zich inschrijven. Ook de Nationale Militie moest door loting op volle sterkte gebracht worden. De dienstplicht bedroeg in de jaren tachtig van de 19e eeuw vijf jaar.
Tot 1898 kon iemand die ingeloot was een vervanger (remplaçant) inhuren. Na 1898 werd de persoonlijke dienstplicht van toepassing.

Ook Piet Dekker (1894-1978), een oom van mijn moeder, deed dienst bij de Militie, getuige onder meer een foto uit het familiearchief waarop hij in uniform te zien is en voorzien van een indrukwekkende sabel. Volgens stukken uit het Noord-Hollands Archief deed hij niet lang dienst en kreeg meerdere keren een jaar vrijstelling. Vanaf 3 mei 1924 werd hij zelfs voorgoed vrijgesteld vanwege persoonlijke onmisbaarheid. Of dit te maken had met zijn beroep als groentehandelaar, met zijn gezinssituatie of met zijn gezondheid, weten we niet.

Een ver familielid van mijn eega werd eveneens vrijgesteld om dienst te doen. Daarvan is sprake in een bij de huwelijksakte bijgesloten certificaat. Pieter Slegtenhorst (1799-1867) was bij de gemeente Rotterdam voor de Nationale Militie ingeschreven. Door loting was hem het nummer 95 ten deel gevallen. Vervolgens werd hij door de Militie-Raad finaal vrijgesteld uit hoofde dat hij ‘Eenige Zoon’ was.

Vele jaren later vervulde de auteur van deze tekst wel zijn dienstplicht bij de Koninklijke Landmacht. Maar dat is een heel ander verhaal.