Familie Bernouw-Jaarsveld

Nieuwstraat Hedel

Mijn schoonfamilie is oorspronkelijk afkomstig uit Schiedam. De eerste voorouder die in de Bommelerwaard ging wonen was Johan Bernouw. Mogelijk dat hij als marinier bij het Engelsche Gat verbleef, het militair oefenterrein van de genietroepen in ’s-Hertogenbosch. In ieder geval ontmoette hij in die omgeving de weduwe Ardientje van Driel, moeder van twee dochtertjes, respectievelijk vier en negen jaar oud. Ze raakte van Johan in verwachting, ze trouwden en gingen wonen in de Kerkstraat te Hedel. Er werd een dochtertje geboren, dat ze Cornelia noemden.

   Twee jaar later volgde zoontje Klaas. Over zijn jeugd is niets bekend.  Volgens het bevolkingsregister werd Klaas samen met Johanna Vroegh, een dienstbode uit Herwijnen, op 12 december 1870 ingeschreven in de Nieuwstraat. Zij trouwden op 30 december.  

   Van de Nieuwstraat staat een mooie foto in het boekje: ‘De Bommelerwaard in oude ansichten’ (pag. 66, Hans Keser 1967). Zoals deze foto van rond 1920 is te zien, zagen de huisjes aan de Nieuwstraat er schilderachtig uit. Maar ze waren weinig comfortabel en klein voor de vaak grote gezinnen. 

Nieuwstraat omstreeks 1920


In het eerste huisje vanaf links woonde Krijntje de Groot. Klaas en Johanna trokken in het tweede huisje; misschien staat Klaas er wel voor, maar dat is nauwelijks waar te nemen. Naast hen woonde ene H. van Hekezen. Het vierde huisje is bekend van Hanneke Quik, de bokkenhoudster, voor wiens woning de ‘bokkekooi’ staat.

   Op 8 augustus 1871 werd zoon Jan Bernouw geboren, hij werd slechts twee maanden oud. Korte tijd later overleed ook Johanna op 28 februari 1872.

   Klaas hertrouwde op 25 juni 1875 met Sibilla Wolfert uit Hedel. Samen kregen zij maar liefst twaalf kinderen, die grotendeels allemaal opgroeiden in het woninkje aan de Nieuwstraat. Als zesde kind werd Cornelis geboren, de opa van mijn eega Ans Bernouw.
   Van die opa weten we overigens niet zo veel. Hij trouwde in 1914 met Alida Geraldina Hermina van Doesburg. Het paar kreeg vier kinderen, waaronder dus mijn schoonvader. Opa Bernouw was polderarbeider en verdronk op 64 jarige leeftijd.

Hoogleraar en schrijver

Zelf ben ik afkomstig uit een eenvoudige familie en mag ik graag eens wat schrijven. Mijn eega heeft echter een voorvader met een uitgebreid oeuvre, die ook nog eens hoogleraar was en zich daarnaast ontwikkelde tot een meer dan verdienstelijk amateur-schilder.
Voor alle genealogen en andere belangstellenden stel ik deze Adriaan Barnouw nader voor.
Op bijgaande afbeelding zien we hem overigens op een schilderij van Joep Nicolaas uit 1941. (Bron: Stichting Nederlands Literatuurmuseum en Literatuurarchief, Den Haag).

Adriaan Barnouw werd in Amsterdam geboren als zoon van arts Pieter Jacobus Barnouw en Willemina Cornelia Matthes. Hij groeide op aan de Oudezijdsvoorburgwal, later op de Prinsen- en de Keizersgracht. Op vrije dagen vergezelde hij zijn vader wanneer deze per koets zijn patiënten bezocht. Zo leerde hij de stad grondig kennen en liefhebben.
Na het Amsterdamse gymnasium doorlopen te hebben, schreef Adriaan zich in aan de Rijksuniversiteit te Leiden. Hij studeerde er middeleeuwse en moderne talen; daarnaast volgde hij geschiedenis. Hij was actief lid van het Studentencorps en ontwikkelde zich tot een meer dan verdienstelijk amateur-schilder.

In 1901 vertrok hij naar Berlijn, om zich verder in de filologie (studie oude teksten) en anglistiek (kennis van de Engelse taal) te bekwamen.
Van 1902 tot 1919 was Adriaan leraar Nederlands en Geschiedenis op het Openbaar Gymnasium in Den Haag. In 1907 werd hij toegelaten als privaatdocent in de Engelse taal- en letterkunde aan de Leidse universiteit.
In deze periode begon hij ook met het vertalen van vroeg-Nederlandse literatuur in het Engels en Engelse werken in het Nederlands.
Tijdens een studiereis naar Oxford leerde hij de Engelse Anne Eliza Midgley kennen, met wie hij in 1905 trouwde.

Intussen was er een contact tot stand gekomen met het Amerikaanse weekblad The Nation. De redacteur daarvan bleek een van zijn oude Leidse vrienden te zijn. Deze Harold de Wolf Fuller vroeg Adriaan correspondent van The Nation te worden, waaraan hij voldeed.
In 1918 besloot Fuller een nieuw weekblad op te zetten, The Weekly Review. Hij stelde Adriaan voor naar Amerika te komen om samen met hem het blad te redigeren. Deze aarzelde niet de oversteek naar New York te wagen.
De Review ging na drie jaar ter ziele, maar Adriaan had al in 1919 de uitnodiging gekregen het Queen Wilhelmina-lectoraat aan de Columbia University in New York te bekleden. Deze post was eerder gecreëerd door een aantal Nederlandse zakenlieden en geleerden met als doel de Nederlandse taal en cultuur grotere bekendheid te geven in de Verenigde Staten. In 1921 werd dit lectoraat in samenwerking met Colombia University omgezet in een ‘full professorship’ in de Nederlandse geschiedenis, taal en literatuur, tot 1949 door Adriaan bezet.

Ook hield hij op diverse plaatsen in de VS lezingen of introduceerde hij bekende Nederlanders die in Amerika hun opwachting kwamen maken. Daarnaast publiceerde hij vele boeken.
Voor de Netherland-America Foundation schreef hij reeks brieven, onder de noemer de Monthly Letters. Deze organisatie wilde meer begrip kweken voor Nederland in Amerika en voor Amerika in Nederland. Hij schreef in de brieven over onderwerpen uit de Nederlandse historie en actualiteit. In 1967 werd een deel van deze brieven uitgegeven.
De Nederlandse Uitgeversbond onderscheidde hem in 1957 met de Gouden Ganzeveer, een teken van waardering voor zijn ijveren ten behoeve van de Nederlandse cultuur in de VS.

Ondanks oogklachten bleef hij ook tot op het eind van zijn leven schilderen, bij voorkeur in Taos (Nieuw-Mexico). Hij exposeerde zijn werk in de Century Club te New York.
Adriaan Barnouw overleed op 27 september 1968 op de gezegende leeftijd van bijna 91 jaar, op Shelter Island, waar hij in het landhuisje van zijn dochter de laatste jaren zijn zomervakanties placht door te brengen.

Bronnen:
– Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (Huygens ING – Amsterdam)
–  A. Lammers in Biografisch Woordenboek van Nederland, Den Haag 1985
– Digitale bibliotheek v. d. Nederlandse Letteren, Tijdschrift Neerlandia, jaargang 73, 1969
– Stichting Nederlands Literatuurmuseum en Literatuurarchief, Den Haag en Wikipedia

Op zoek naar voorouders

Om zicht te krijgen op de roots van mijn eega Ans Bernouw, zijn we via de mannelijke lijn teruggegaan in de geschiedenis. Dus via haar vader, opa, grootvader, diens vader enzovoort.

De oudste voorvader waarover informatie bestaat, is Jan Jacobsz Barnouw (inderdaad met een A nog). We weten dat hij overleden is op 18 maart 1636 te Schiedam en dat hij gehuwd was met Jannetje Claes (of: Claassen). Het Jacobsz in zijn naam staat voor: zoon van Jacob. Dus ergens in vijftienhonderd zoveel leefde er een Jacob Barnouw, naar wij vermoeden ook in Schiedam.
De zoon van Jan Barnouw heette Jacob, net als zijn opa dus. Zijn gegevens zijn bekend uit het Doopregister van Nederlands Hervormd Schiedam. Deze Jacob werd deurwaarder en stadsbode in Schiedam. Hij trouwde met Maertje Lambrechts ten Houff en zijn kregen een zoon, Claes Jacobsz genaamd.

Collega-genealoog Rob Van Leijenhorst heeft in het archief van de gemeente Schiedam informatie over Claes Barnouw gevonden. Daarin is onder meer te lezen dat Claes koopman was en met een schip voer. Tijdens een reis van het schip de Jonge Jacob was stuurman Jan Hogendam wegens dronkenschap niet in staat zijn functie naar behoren uit te voeren. Ook op de thuisreis was hij niet in staat om ook maar het minste werk te doen. Een andere matroos was niet te bekomen en zodoende moesten Arij de Munnick en Maerten Noordijck en de andere matrozen aan boord het werk doen waardoor de koopman Klaes Jacobse Bernouw een halve huur moest betalen aan die matrozen, in dato 11 mei 1714.

Verder is te lezen dat Claes gehuwd was met Ariaentje Claes Bijl, wiens vader in het bezit was van een aantal gronden in Schiedam. Na het overlijden van enkele leden van de familie Bijl, valt Claes Barnouw ten deel: een tuin op het Nieuwe Werk met aangegeven belendingen. Toegevoegd is dat nog onverdeeld blijft: de helft van een huis aan de Hoogstraat bij de Rotterdamse poort, waarvan de andere helft eigendom is van Claes Bernouw.

Bronnen:
– Gemeentearchief Schiedam (O.N.A. inv. no.: 795 blz. 193 en inv. no.: 855 blz.343)
– Rob van Leijenhorst: “Kwartierstaat Van Leijenhorst – De Waard”, database, Genealogie Online

Marktschipper en kunstenaar
In zijn trouwakte uit 1851 is vermeld dat Nicolaas Barnouw (1809-1873) marktschipper was, elders ook wel beurtschipper genoemd. Voor het vervoer over water was een uitgebreide regelgeving nodig. Dit betrof zowel de regelgeving door de overheid als de regelgeving door de schippers zelf. Zij waren georganiseerd in de schippersgilden. Bij het goederenvervoer werden o.a. de vracht en bestellonen vastgelegd.
   Voor vervoer tussen verschillende steden maakten de stadsbesturen afspraken. Er werden per bestemming vaste beurt- of marktschippers aangesteld. Omdat er voor bepaalde routes meerdere schippers werden aangesteld, die om de beurt aan bod kwamen, ontstond het woord beurtschipper. Verder bepaalden de overheden de ligplaatsen en de vaartijden.
   Voor lokaal vervoer binnen een stad of over korte afstanden werden vletters gebruikt. Deze maakten gebruik van platbodems en pramen. Omdat niet altijd de beste schepen werden gebruikt die ook niet altijd goed werden onderhouden, waardoor er schade aan de lading ontstond werden ook voor hen regelingen ingevoerd. (Bron: www.beroepenvantoen.nl).
   Op sommige plaatsen is aangegeven dat Nicolaas ambtenaar was. Daarom is het niet ondenkbaar dat hij fungeerde als schipper in dienst van de gemeente Schiedam, of bepaalde rechten verkregen had.
   Wel duidelijk is dat hij niet zijn hele leven schipper is gebleven. Al tijdens dat werk was hij amateur schilder en lithograaf en ontwikkelde hij zich tot een verdienstelijk schilder van landschappen. Van 1826 tot 1870 zond hij zijn werk regelmatig in voor de jaarlijkse Tentoonstelling van Levende Meesters.

Winterlandschap

Over zijn schildersopleiding weten we dat hij les kreeg van de Rotterdamse landschapschilder Jacob de Meijer (1798-1884) en dat hij medewerker was van Christiaan Immer-zeel, wiens landschappen hij soms voltooide.
   Op zijn beurt begeleidde hij de schilder, aquarellist en tekenaar Pieter Johannes Mak (1842-1929).
Rond 1869-1870 verbleef Barnouw in Renkum en Oosterbeek. Daarna vestigde hij zich in Overschie, niet ver van zijn geboortegrond in Schiedam. Uit zijn schilderijen is op te maken dat hij ook reisde; zo was hij onder meer in het Duitse Baden en Bentheim.
   Zijn bekendste werk is: Winterlandschap met boerenhoeves en schaatsers (olieverf op paneel 21,5 x 27,8 cm).

Litho 1846

Naast olieverfschilderijen maakte Nicolaas ook lithografieën. In de collectie van het Rijksmuseum bevindt zich onder meer: Berglandschap met waterval, een zogenaamde toonlithografie in zwart en wit met toonblok in beige, uitgevoerd op papier. Er wordt bij vermeld dat de prentmaker Nicolaas Barnouw Cz is; dat Cz staat voor Corneliszoon. Het betreft een object met een grootte van 244 x 190 mm.
   Meer roem verwierf een andere litho, gemaakt ter gelegenheid van de komst van Koning Willem II op het Raadhuis van Schiedam op 31 juli 1846. Deze litho laat de speciale stellage zien, die voor het stadhuis werd een gebouwd ter ere van het bezoek. Op de stellage de opschriften ‘Koning en Vaderland’, ‘Waterloo’ en ‘Quatre-Bras’. De koning staat op het bordes van het stadhuis. Op het plein het verzamelde publiek, de huizen zijn versierd met vlaggen.
   In een artikel uit het Kroningnummer van de Schiedamsche Courant van 31 augustus 1898 is daarover te lezen:

“… het doel van ’s Konings bezoek toch gold wel in de eerste plaats de eerste steenlegging aan de Schiebrug waarover straks de treinen zouden rijden, die ons een gemakkelijk vervoermiddel zouden zijn naar binnen- en buitenland, en voorts berustte de leiding van het feest in handen van den energieken burgemeester, den toen reeds negen-en-zestig-jarigen Simon Rijnbende, wiens hart brandde van begeerte om de stad zijner geboorte en inwoning te doen groeien en bloeien: twee elementen om oorzaak te zijn van een waardig feestbetoon…

… Aldus het synthetisch verslag van den voortreffelijken stadsgeheimschrijver.
Voor echter deze plechtige raadszitting, plechtiger dan er wel immer te Schiedam eene gehouden is, werd aangevangen, had de Koning aan zijne Schiedamsche onderdanen gelegenheid gegeven om hem te huldigen. Z.M. betrad het bordes van het Stadhuis en het is van dit moment, dat een inwoner dezer stad, de heer Barnouw, een teekening heeft ontworpen, die nog in menig Schiedamsch huis wordt bewaard.”

Joop Sanner, juni 2020. Bronnen:
– Kunsthandel Simonis & Buunk, Ede
– De geschiedenis van Schiedam – Schiedamsche Courant
– Rijksmuseum, Amsterdam

Huize Bernouw

Mijn eega Ans Sanner-Bernouw is geboren en getogen in Hoenzadriel, een kleine dorpskern in de gemeente Maasdriel. Om een beetje zicht te krijgen op haar roots, hebben we bekeken of er meer bekend is over de plek waar zij en haar familie woonden. We zijn te weten gekomen dat het ouderlijk huis van de familie Bernouw door vererving via de familie Jagtenberg en Jaarsveld bij hen is terechtgekomen.

De oudst bekende officiële informatie betreft een akte van Scheiding en deling, gedateerd 5 april 1913. Daarin is vermeld dat Johannes Jagtenberg, arbeider te Driel, eigenaar was van twee huizen met erven te Hoenzadriel. Dit bij het kadaster der Gemeente Driel bekend zijnde als Sectie F, nummer 878 en 879.
Uit het Bevolkingsregister van de gemeente Driel weten we dat Johannes Jagtenberg (1780-1836) in 1829 in Hoenzadriel (wijk C) woonde. Hij was getrouwd met Ida Jacobs (1787-1836) en in dat jaar woonde er ter plaatse ook nog vier andere mensen.
Het Bevolkingsregister 1830-1843 bevestigt dat nog eens; dan met vermelding van totaal tien gezinsleden.

Jarenlang woont de familie Bernouw-Jaarsveld met veel plezier in de woning gelegen tussen de Hoenzadrielsedijk en de Rooijensestraat. Het huis wordt diverse malen verbouwd en verfraaid.
In 1987 wordt een bouwvergunning verleend voor de realisering van een atelier voor herstel en reparatie piano’s. Zoon Fred verkrijgt hiertoe een deel van de bij Hoenzadrielsedijk 24 behorende gronden en zijn werkplaats staat dan geregistreerd op het adres Rooijensestraat 1b. Vijf jaar later wordt er een woonruimte boven de werkplaats gerealiseerd, waar Fred in gaat wonen.

Na het overlijden van Ali Bernouw-Jaarsveld wordt het huis Hoenzadrielsedijk 24 aan derden verkocht, met dien verstande dat een klein deel ervan beschikbaar komt voor kleinzoon Frank Bernouw. Zo verblijven verschillende generaties van dezelfde familie gedurende vele jaren op deze markante woonplek.

Joop Sanner, gewijzigd maart 2021

> De volledige tekst van dit artikel is te lezen in de Familiekroniek bij de stamboom van de familie Bernouw-Jaarsveld op Geneanet 



Comments are closed.