Familie Sanner-Den Dunnen

Verborgen schatten in de familie

Onze familie Sanner is afkomstig uit Zwitserland. We hebben genealogische gegevens gevonden die teruggaan tot ongeveer 1655. Een belangrijke schakel in het historische verhaal vormt Ursus Sanner, die rond 1820 als militaire huurling naar Nederland kwam en met zijn compagnie naar Gorinchem trok. Hier begon dus de Nederlandse familie Sanner.
Sinds die tijd zijn vele verhalen overgeleverd of ontdekt door nader genealogisch onderzoek. Daarin is niet direct sprake van rijke voorouders, hoewel sommige verhalen aanwijzingen lijken te bevatten voor verborgen schatten.

De kinderen van Leen Sanner (1872-1948) waren er bijvoorbeeld vrijwel zeker van dat hun vader ergens in of rond het huis een ‘schat’ verborgen had. Die zou bestaan uit goederen die een Joodse familie in bewaring had gegeven aan partner Jo Wouters. 
Bij zijn geboorte wordt Leen -voluit: Leendert Willem- bij de burgerlijke stand aangegeven als L.W. Spoel, zoon van Willemina Spoel en een onbekende vader. Wanneer Willemina in 1873 met Leendert Sanner trouwt, staat in de huwelijksakte dat Leendert Willem als hun kind -dus als een ‘Sanner’- wordt erkend. Deze ‘vader’ Leendert is de hoofdpersoon in het eerder geplaatste verhaal ‘De Rangschikking’. Leen gaat aan het werk als stoker bij de Gasfabriek in Dordrecht en hij trouwt in 1893 met Johanna Rook. Ze krijgen 7 kinderen.  Na het overlijden van Johanna verlaat Leen Dordrecht, om zich te vestigen in Dubbeldam. Daar woont hij samen met Johanna Theodora (Jo) Wouters, geboren Delft en huishoudster van beroep. Niet helemaal duidelijk is of zij haar vak bij de familie Sanner uitoefent. Volgens de  Bevolkingsregisters van Dordrecht en Dubbeldam komt zij op 3 mei 1934 vanuit ‘s-Gravenhage naar Dubbeldam. Mogelijk zijn ze later getrouwd. In ieder geval wordt op de overlijdensakte van zowel Leen (1948) als van Jo (1961) gesproken over een partner. Maar een huwelijksakte is van hen vooralsnog niet gevonden.
De moeder van André den Haan (een contact via Geneanet) ging in de jaren dertig regelmatig op visite bij de familie Sanner in Dubbeldam. Zij vertelde onder ander over zoon Geert Sanner, die zeer fout was geweest in de oorlog. Na de oorlog schijnt het contact verloren te zijn gegaan.
De moeder van André was erg oud (86) en wist zich niet alles zo goed meer te herinneren. Ze kon bijvoorbeeld niet meer precies aanwijzen in welk huis de Sanners gewoond hadden. André dacht dat het een huis aan de Rechte Zandweg in Dubbeldam was; andere bronnen spreken over de Dubbeldamseweg.
Toen Leen op zijn sterfbed lag, vroegen zijn kinderen: “Vader, waar ligt de schat?”
De overlevering vertelt niet wat zijn antwoord was, zodat de familie in onzekerheid is gebleven.

Duidelijkheid is er wel over een andere geschiedenis. Die betreft het verhaal over de schouw in de kamer van opoe Den Dunnen, die naast de familie Sanner woonde in het grote huis op Kildijk 8 in Nieuwendijk. In dat verhaal is er sprake van een rijke bewoonster in een ver verleden. Deze vrouw zou een pot vol goudstukken hebben begraven, waarschijnlijk onder de ijzeren vuurplaat van de openhaard. Die haard was inmiddels al lang vervangen door een ijzeren kachel, die voor de schouw geplaatst was. Bij onderhoudswerkzaamheden had mijn vader driftig gezocht, maar nooit iets gevonden. In het jaar 2000 werd tot totale sloop van het pand op Kildijk 8 overgegaan, om plaats te maken voor nieuwe woningen. Nu werd de grond rond de stookplaats zorgvuldig onderzocht en …. Jawel! De beruchte ijzeren pot werd inderdaad gevonden. De foto die er van gemaakt werd, verklapt vrijwel niets. De sloper meldde echter dat de pot slechts met as en grond gevuld was, de goudstukken ontbraken. Wij moeten de eerlijkheid van de man maar aannemen. Het feit dat hij niet korte tijd later met een groot jacht pronkte lijkt dat te bevestigen.

Geen grote schatten dus, maar soms is er wel een financieel voordeel. In het volgende voorbeeld laat ik uit privacyoverwegingen en deel van de namen weg. Enkele jaren geleden ontving ik een mailtje van een man, die de stamboom van de familie Sanner op internet had ontdekt. Hij schreef mij daarom dat er een brief bij hem was binnengekomen met betrekking tot het overlijden van een mevrouw Sanner. Volgens de buren had deze mevrouw in zijn flat gewoond tot zij een jaar of zes geleden was overleden. Hij vroeg of ik hem misschien aan een adres van directe verwanten kon helpen. Na een poosje zoeken ontdekte ik dat er een tijdje na haar overlijden contact had plaatsgevonden tussen haar schoonzoon en mij, via Geneanet. Ik bracht de betrokkenen nu met elkaar in contact en ontving later een bedankje van die schoonzoon en zijn vrouw. Het betrof een onbekende verzekeringspolis van hun verwante en die was inmiddels aan hen uitgekeerd.   

Zo kun je na deze verschillende voorbeelden concluderen dat er binnen de familie Sanner geen kisten met juwelen zijn gevonden, maar wel juweeltjes van verhalen.

De Rangschikking

Genealogie is iets van een rangschikking, een systematische ordening met opsomming naar tijd en gebeurtenis. Uitgaande van jezelf, via vooral de mannelijke lijn terug naar je voorouders. Onderweg kom je van alles tegen. Statische gegevens, foto’s, overgeleverde verhalen, vergelijkingsmateriaal. Dit bij elkaar geeft een indruk van hoe jouw verre familieleden geleefd hebben. Misschien helpt het ook wel om te ontdekken wie je zelf bent.

Mijn speurtocht voert me deze keer naar de kinderen van Elisabeth Sanner (1823-1852), over wie ik een vorige keer schreef (zie hieronder). Elisabeth krijgt drie zoons voordat zij in 1852 trouwt met weduwnaar Cornelis Born.
Het minst weten we van jongste zoontje Antonie Sanner. Die wordt geboren in 1850 en overlijdt bijna drie jaar later, mogelijk aan een besmettelijke ziekte.

De oudste zoon ziet het levenslicht in 1845 te Sleeuwijk. Wanneer Johan 7 jaar is, overlijdt zijn moeder, kort nadat ze getrouwd is. Hij gaat bij opa Ursus en oma Alegonda wonen. Op zijn 17e verhuist hij naar Woudrichem. Blijkbaar gaat er bij de inschrijving iets mis, want vanaf ca.1862 is hij in de boeken een tijd spoorloos.
Later duikt zijn naam op in het huwelijksregister van Willemstad. Daar trouwt hij in 1874 met Elisabeth Bregje Jans. In dezelfde plaats overlijdt Johan slechts anderhalf jaar na zijn huwelijk. Hij laat een dochter achter die later trouwt met Cornelis Wijs.

Broer Leendert, uit 1848, woont ook na het overlijden van zijn moeder bij zijn grootouders in. Vandaaruit gaat hij varen, want hij wil schipper worden.  In 1872 krijgt hij een kind met Willemina Spoel uit Dordrecht. In 1873 trouwt hij met haar. Waarschijnlijk vaart Willemina wel eens met haar man mee, want in 1873 overlijdt hun twee maanden oude zoontje Hendrik in Delft en in 1875 wordt een zoon met dezelfde naam geboren in Lobith, die overigens maar twee jaar wordt.
Wanneer Willemina in 1901 overlijdt, trouwt Leendert een jaar later met weduwe Johanna de Rooy. Blijkbaar is dat huwelijk geen succes, want twee jaar later wonen ze elk op ander adres.
Volgens niet bevestigde verhalen gaat Leendert een derde relatie aan. Hij trouwt niet opnieuw, maar krijgt wel een kind dat later naar Canada emigreert.
Blijkbaar houdt Leendert van verandering. Als beroepen staan bijvoorbeeld voor hem genoteerd: schippersknecht, schipper, arbeider, sloper, handelaar in steenkool en koopman. Waarschijnlijk handelt hij ook in huizen, want hij woont bijna elk jaar op een ander adres in Dordrecht (Boogjes of Vest, Kortekolfstraat, Sluisweg, Elfhuizen, Slikveld en Voorstraat). Ook zijn tweede vrouw woont op drie verschillende adressen. Bij zijn overlijden is er dan ook veel geld te verdelen (vooral ook van huizen). Volgens verhalen wordt de erfenis niet zonder problemen verdeeld en heeft dat familietwisten tot gevolg.

Het voorgaande staat in contrast met een bericht in de Dordrechts Courant van 16 december 1893, waarin wordt gesproken over het faillissement van Leendert Sanner, koopman, wonende te Zwijndrecht. Het bericht valt extra op, omdat er ‘De Rangschikking’ boven staat, terwijl je eerder ‘Faillissement’ zou verwachten. Maar het heeft wel alles met elkaar te maken.
Een faillissement is een gerechtelijk beslag op alle bezittingen van de schuldenaar ten behoeve van zijn schuldeisers. Dit met de bedoeling zijn eigendommen te verkopen en uit de opbrengst de schuldeisers te betalen.
Wanneer de schuldeisers samen meer geld tegoed hebben dan er feitelijk te verdelen valt, dan is het belangrijk dat er een rangorde wordt vastgesteld. Dat gebeurt dus in een rangschikking, om de prioriteit van uitbetaling te regelen.  

In de herinnering van een van zijn kleinkinderen leeft Leendert voort als een oude heer, met lakense jas en garibaldi hoed, een baardje, donkere ogen, fluwelen kaag, streepjesbroek en slopkousen. Omdat hij slecht ter been was, gebruikte hij een stok met een zilveren knop en … hij hield van snoepen. Vandaar dus die foto van een andere bekende persoonlijkheid, die een beeld geeft van hoe onze voorvader er ongeveer uit kan hebben gezien.
Overigens kreeg Leendert vele nakomelingen, over wie ook nog heel wat te vertellen valt. Daarover een volgende keer meer.

Bronnen:  – De familie Sanner, fantasie of werkelijkheid?,
Jan Cornelis Sanner, 25 nov. 1979
–  Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)
Foto: Italiaanse operacomponist Giuseppe Verdi (1813-1901),
naar een schilderij van Giovanni Boldini via Wikipedia

 

Opa en opoe van Kildijk 8

Helaas weet ik niet in welk jaar bijgaande mooie foto van mijn opa en opoe Den Dunnen-Dekker gemaakt is. Ze woonden naast mijn ouderlijk huis.

De bevolkingsregistratie is ingesteld op 1 januari 1850. Per adres werd bijgehouden wie er woonde. Het gaf niet alleen de situatie weer van het gezin in familieverband, maar ook inwonende dienstbodes of knechten komen voor in de registers. Dit gebeurde op zogenaamde Gezinskaarten, die werden gebruikt in de periode 1921-1940, tot de introductie van de persoonskaart.
Volgens de gezinskaarten van de gemeente De Werken en Sleeuwijk 1930-1940 woonden in die periode op Kildijk 8 in Nieuwendijk: Teunis Dekker en Barbera Zwijnenburg. Dat waren de ouders van mijn opoe Drika.

Op 30 mei 2019 publiceerde ‘Oud Nieuwendijk’ op Facebook een mooie foto van de boerderij van Teunis en Barbera. De datering ervan is onbekend, maar Kees Versluis kreeg deze foto van zijn tante Zus Hoeke-Colijn. Barbara Zwijnenburg was ook de overgrootmoeder van de vrouw van Kees. 

Barbara stond bekend als Beth van de Haai. Geen scheldnaam ofzo, maar streektaal voor ‘De Hei’, zo heette het gebied waar ze woonde. Het was een mondige en kranige vrouw, die naar verluid met een kruiwagen mest of iets dergelijks over een brede plank over een sloot liep. Teunis Dekker de man van Beth, was volgens dezelfde bron een stille man, die altijd zat te lezen.
Dat mijn overgrootmoeder bekend stond als een ‘haaibaai’ is misschien ook wel te verklaren uit het feit dat ze haar echtgenoot ruim 15 jaar overleefde.

Na haar dood in 1953 kocht mijn vader het pand. Ons gezin verhuisde vanuit Rijswijk (N.Br.) naar Nieuwendijk, opa en opoe Den Dunnen volgden vanuit het nabijgelegen dijkhuis Kildijk 12 (dat enkele jaren later af zou branden) naar Kildijk 8.
In het huis was nog duidelijk te zien dat ook hier het water van de watersnoodramp hoog had gestaan.
Jarenlang werkte pa er aan en creëerde voor het hele gezin een heerlijk woonoord. Er lag een groot erf omheen, met fruitbomen, en altijd liepen er kippen, eenden, konijnen, of andere kleine dieren rond.

september 2020, gewijz. juni 2021