Schrijfsite

Shrunk Expand

Verhalen

Viermaal veertig

Sommige bezigheden kun je heel lang met plezier volhouden.
Maar er kan ook een moment ontstaan dat je constateert: zo is het wel genoeg.

In augustus 2016 plaatste ik de tekst ‘Veertig’ op de weblogservice van WordPress, om daarmee afscheid te nemen van deze manier van publiceren. De eerste blog verscheen in november 2010, toen de digitale kant van het schrijven nog een beetje nieuw was. Meteen dan maar verschillende weblogs uitproberen. Dus ook op Blogspot begon ik een blog.
Onder de noemer ‘Space van Joop’ was er bij WordPress regelmatig een verhaal. Later werden dat vooral opgedane ervaringen bij het genealogisch onderzoek naar mijn familie-roots. Totaal mocht ik mijn lezers 39 teksten voorschotelen. Bij Blogspot verzorgde ik zo’n veertig teksten over allerlei onderwerpen in ‘Joops blog’.
Bijna zes later begon de lol er een beetje af te gaan. Er waren ook veel andere dingen te doen. Sommige erg leuk, andere heel nuttig. Bovendien vroeg ik me af: Wat is het rendement van al mijn inspanningen? Wie leest mijn stukjes? Soms reageerde er iemand, maar veelal hoorde ik niets. Daarom besloot ik dat de nummers veertig op deze plekken mijn laatste stukjes zouden zijn.

Maar omdat schrijven toch eigenlijk best wel leuk is, bleef ik schrijven. Onder meer op mijn in 2008 gestarte schrijfsite. In dat jaar was het boek ‘Christiaan en de riem’ uitgekomen. Bij de presentatie daarvan kreeg ik voor Vaderdag een heuse website cadeau voor mijn literaire bezigheden. Daarop eerst een heleboel informatie over dat schrijfwerk, gevolgd door bewerkingen van eerdere publicaties. Vele nieuwe verhalen ontstonden, meestal fictie gebaseerd op een stukje werkelijkheid.
Wat later kwamen er teksten over genealogie. Ik was begonnen met het opstellen van een digitale stamboom van zowel mijn familie, als die van mijn eega. Regelmatig schreef ik iets over mijn bevindingen bij het genealogische onderzoek. Diverse voorouders kregen aandacht, uitmondend in verhalen over ouders en grootouders en tenslotte over mijn eigen jeugdherinneringen. Veel belangstelling leverde een artikel op over de werkzaamheden van mijn zwager als pianola-reparateur.   

Aanvankelijk stonden er vaak meerdere verhalen tegelijk op de site. De laatste jaren plaatste ik  maandelijks een nieuwe tekst.
Daarnaast schreef ik veel in het kader van diverse kerkelijke activiteiten. In de voorlaatste aflevering op de site betrof dat het thema ‘Geloofsopvoeding’.
In die periode, begin tachtiger jaren, begon ik ook steeds meer te schrijven voor mijn werk als stedenbouwkundig tekenaar. Ik volgde een cursus bij PBNA en moest in daarvoor van april 1981 tot november 1982 een inventarisatie verrichten over de bestaande stedenbouwkundige situatie in de Zuidelijke Veluwezoom. Het verslag ervan leverde een rapport op van zo’n 100 pagina’s. Feitelijk een voorproefje van de rapporten die ik later bij mijn werkgever ook zou maken.
Het bevatte een Algemene omschrijving, met onder andere de begrenzing en ligging van het onderzoeksgebied, inclusief diverse toelichtende tekeningetjes. Verder een opsomming van het bestaande planologische beleid.
Vervolgens een beschrijving van de samenstelling van de bevolking en de prognoses voor de toekomst. De volgende hoofdstukken gingen over wonen, voorzieningen, werkgelegenheid, natuur en landschap, recreatie, verkeer en vervoer en tot slot leidingen. In 1983 rondde ik de cursus met goed gevolg af, met een 9 als gemiddeld cijfer.

Intussen hield ik me bij mijn werkgever -naast de dagelijkse bezigheden- ook bezig met visuele overdrachtstechnieken, toen nog grotendeels bestaande uit handwerk. Het voornemen was een losbladig informatiesysteem op te stellen voor iedereen die met tekenmateriaal of overdrachtstechnieken in aanraking kwam. Ik schreef daartoe een eerste aanzet, maar verder kwam het niet. Door het opkomen van het digitale tijdperk maakten de techniek en de manier van iets overdragen  een snellere ontwikkeling door.
Daarnaast maakte ik mij enkele jaren als secretaris verdienstelijk in de Ondernemingsraad. Langzamerhand was ik meer met schrijven en regelen bezig, dan met tekenwerk, ook met de voortschrijdende digitalisering. Dat had tot gevolg dat in een vergaderruimte een nieuwe werkplek voor mij werd ingericht. In die eigen ruimte kon ik me nu veel beter concentreren dan in de grote kamer waar meerdere collega’s aan het werk waren, met het geluid van een radio op de achtergrond.

Dat schrijfwerk deed ook het verlangen ontstaan om verhalen te gaan publiceren. Minder eenvoudig dan het leek. Daarom besloot ik de schriftelijke cursus ‘Creatief schrijven’ van de Leidse Onder wijsinstellingen (LOI) te gaan volgen. De cursus bestond uit totaal 40 lessen, met informatie over verschillende taal-technische aspecten, stilistische vaardigheden en verteltechnieken. Ook voorbeelden van bekende auteurs, gevolgd door allerlei opdrachten voor de cursist. Er diende in de loop van de tijd heel wat korte verhalen in diverse genres geschreven te worden.
Al met al best tijdrovend, maar ook motiverend. Het met schrijven bezig zijn gaf op zich al een zekere voldoening. Maar uiteindelijk wil je natuurlijk dat er tot publicatie wordt overgegaan.
Daarvoor moest ik wachten tot november 1995. Toen verscheen mijn eerste verhaal, met als titel ‘De Zandruiter van Gelria’ in het blad ‘Pooster’, een uitgave van het Gelders Schrijvers Kollektief.
Na een aantal verhalen op verschillende plekken gepubliceerd te hebben, werd in 2005 mijn eerste eigen verhalenbundel, uitgegeven door Gigaboek.

In bijna achttien jaar verschenen er op de schijfsite zo’n 160 verhalen. En opnieuw rijst de vraag in hoeverre deze inspanningen rendabel zijn. Ik denk dat het nu wel genoeg is.
Het einde van de schrijfsite betekent overigens ook het einde van de daaraan gekoppelde schildersite van mijn eega. Maar haar trouwe fans kunnen zo nu en dan toch nog wat van haar werk op mijn Facebookpagina zien.
Iedereen die in de loop van de jaren met een reactie mijn schrijfwerk motiveerde: hartelijk bedankt.

Hartelijke groet,
Joop Sanner

Geloofsoverdracht

(Geplaatst januari 2026)

Hoewel ik tegenwoordig wat genuanceerder tegen geloofszaken aankijk,
loop ik graag eens een kerk binnen.
Even afstand nemen van alledaagse zaken en een kaarsje aansteken.
Daarna met hernieuwde energie mijn weg vervolgen.

Bij een stadswandeling met mijn eega troffen we een historisch kerkgebouw, met op de deur een uitnodigend affiche om binnen te treden. Een vriendelijke gastvrouw vroeg of we zelf wilden rondkijken, misschien de stilte opzoeken. Ook was zij bereid ons een rondleiding te geven. Wij gingen op dat laatste aanbod in. Ze had een boeiend en uitgebreid verhaal over de geschiedenis van de kerk en diverse geloofszaken. Op haar vraag of wij ook gelovig waren, antwoordden wij aarzelend: “Van huis uit wel, maar nu hebben we wat meer afstand genomen.”
Dat had een pleidooi tot gevolg om ons (weer) bij de kerk te betrekken. Aanleiding om toch maar snel de buitenlucht op te zoeken.

Dit bracht mij in gedachten terug naar een tijd waarin ik volop deelnam aan allerlei kerkelijke activiteiten.  Onder meer vanaf 1982 in een Werkgroep Geloofsopvoeding, met als taak ouders bewust met de geloofsoverdracht aan hun kinderen bezig te laten zijn. Er werden onder meer gespreksavonden georganiseerd voor jonge ouders.
Een andere activiteit was het beoordelen van kinderbijbels. We vergeleken per leeftijdscategorie verschillende uitgaven om ouders en opvoeders te helpen bij het kiezen van een kinderbijbel.
Onze bevindingen daarover werden in 1983 samengevat in een brochure, die zelfs een landelijk radioprogramma haalde.  

Verder werkten we aan het project ‘Jongeren aan het Woord’, ontstaan omdat veel jongeren van de kerk afhaakten. We wilden meer zicht krijgen op wat ‘de kerk’ met dat gegeven deed. In mei 1983 stelde de werkgroep een werkplan op en in de zomermaanden vond er lectuurstudie plaats over de (landelijke) problematiek van jongeren. Daarna gingen we inventariseren wat er bij jongeren leefde en van daaruit bezien of de kerk meer voor hen zou kunnen betekenen.
We gingen drie avonden in gesprek met vijf jongeren, over de thema’s: ‘persoonlijk geloven’, ‘geloven in de kerk’ en ‘geloven in de samenleving’. Daarop volgde spiegelgesprekken met zo’n 100 jongeren. De meesten stelden aandacht van ‘de kerk’ op prijs. Zij bevestigden dat het onderlinge contact niet rooskleurig was en weten dat zowel aan zichzelf als aan de kerk.

Vervolgens was de vraag: Hoe nu verder? Wilden we geloofwaardig zijn, dan moesten we wat met de verkregen informatie doen. Er diende meer ruimte voor jongeren in de kerk te komen en de bereidheid moest aanwezig zijn om in te spelen op wat er bij hen leefde.
Alle reacties werden in 1984 op een rij gezet in een ‘Tussenrapportage’. In oktober startte een ‘brede discussie’ met de Kerkenraad. Daarin werd het rapport ‘Jongeren aan het woord’ positief ontvangen. Ook ons voorstel voor een toerustingsavond, als basis voor een serie wijkavonden, werd aangenomen. Die avond werd gehouden in januari 1985.
Op basis hiervan stelden we ‘Conclusies en aanbevelingen’ op. Met concrete voorstellen aan de Kerkenraad, waaronder een herverdeling van de taken van de jeugdouderlingen en de instelling van een jeugdbeleidsouderling. Er werd met al deze punten ingestemd.

In 1986 richten we ons op tieners. Het bleek niet eenvoudig om gespreksmateriaal en deskundigheid over dit thema in huis te krijgen. Voor kinderen tot 12 en jeugd vanaf 16 was keus genoeg, maar met de daartussen liggende groep leken weinig mensen raad te weten.
Verder viel de regelmatig voorkomende visie op dat je tieners met rust moest laten. Ze beter niet kon lastig vallen met catechese en geloofsopvoeding, omdat ze in die jaren geen behoefte hadden aan informatie over godsdienst. Jongeren in die leeftijd willen vooral zichzelf worden. Ze staan niet open voor opgedrongen waarheden. Toch zoeken ze naar mensen en ideeën om zich aan te spiegelen, een stukje geborgenheid. Als dat hen maar niet bindt.
Dat betekende, dachten wij, dat we ze niet los moesten laten. Wel de ruimte geven. Mogelijkheden bieden om tieners hun weg te laten zoeken. Niets opdringen, maar wel present om hulp te bieden als daarom gevraagd wordt.
We organiseerden drie gespreksavonden over de geloofsopvoeding van tieners van 12-16 jaar. Daarbij werden we ondersteund door een regionale en een landelijke jeugdwerker. De eerste avond ging over tieners en jeugdcultuur, met een godsdienstsocioloog als inleider. De tweede avond stonden opvoeders centraal, met wat zij zelf belangrijk in hun leven vonden. De laatste avond ging het erover hoe opvoeders nu het best met tieners konden omgaan.

In 1987 organiseerden we drie gespreksavonden met als thema ‘Leren geloven’. 
Zowel geloven als opvoeden is niet alleen een kwestie van opgestoken wijsheid uit boeken in de praktijk brengen. Het is meer een ontwikkeling van zoeken en proberen, vallen en opstaan. Deze avonden waren bedoeld om ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren. We werden ditmaal bijgestaan door een jeugdpsychiater uit Ellecom en een wetenschappelijk hoofdmedewerker catechetiek en didactiek godsdienstonderwijs VU Amsterdam.

De eerste avond had als thema: ‘Wij zijn ook jong geweest.’ De 25 deelnemers hielden zich bezig met de vraag wat zij zich herinnerden van hoe ze opgegroeid waren en wat geloven nu voor hen betekende.
De tweede avond was het onderwerp: ‘Het is niet altijd ja en amen’. Over hoe tieners gevormd worden, welke conflicten zich daarbij kunnen voordoen en wat de rol van opvoeders kan zijn. Over de puberteit en de consequenties daarvan.
Nummer drie betrof: ‘Nee…Ja…: Zo kan het ook!’ Met de medewerker godsdienstonderwijs c.a. Je zou kunnen zeggen dat geloofsopvoeding iets wezenlijks meegeven is aan de komende generatie. Wat we meegeven en hoe we dat doen, stond deze avond centraal.
Ik verliet deze werkgroep in 1988. Het was een boeiende ervaring.

Jaren later denk ik nog steeds dat opvoeding een belangrijke bijdrage levert in hoe mensen zich ontwikkelen. Maar er zijn ook andere componenten van invloed. Daardoor kun je tot de ontdekking komen dat de oude collectieve verhalen die we van huis uit meekregen niet meer zo vanzelfsprekend zijn. De aangeleerde geloofswaarheden en oplossingen voor allerlei levensvragen niet meer lijken te volstaan. De stellige geloofsovertuiging plaatsmaakt voor een meer rationale levensbenadering.
Het is een groot goed, als je daar in alle vrijheid zelf een positie in kunt bepalen. 

Driemaal Hulsberg

(Geplaatst december 2025)

December is een periode waarin je terugdenkt aan het voorbije jaar en mijmert over de vele jaren die daarvóór liggen. Mijn gedachten gaan bijvoorbeeld naar 1977, toen ik met echtgenote en zoontje in Dieren kwam wonen. Het is bijna niet meer voor te stellen dat we op dat moment geen telefoon en geen auto hadden. Moest er eens gebeld worden, dan waren wij aangewezen op een openbare telefooncel. Reizen gebeurde met openbaar vervoer of per huurauto.
In de nieuwe woonplaats werd onze dochter geboren en bouwden we een hernieuwd bestaan op. Met ons vieren gingen we in augustus 1979 voor het eerst op vakantie naar Zuid-Limburg.

We huurden voor twee weken een huisje in Hulsberg. Het houten huisje stelde op zich niet zo veel voor, maar het lag wel mooi op een helling, aan de rand van het landelijke dorp. Buiten was er volop speelruimte voor de kids, met twee schommels. Op de aangrenzende weide liep een paard en vlakbij was er een plek om in het zand te spelen. In de directe omgeving kon je heerlijk wandelen. Het toeristische Valkenburg lag op een steenworp afstand. We beklommen er de kasteelruïne, bekeken de Fluwelengrot en de kinderen genoten vooral van het Sprookjesbos. We deden boodschappen in Nuth en bezochten een kinderboerderij met speeltuin in Vaesrade. Maar dit alles was niets in vergelijking met het bezoek aan Phantasialand in Brühl (Duitsland) en later het Pretpark De Valkenier te Valkenburg.  

In de tweede week bezochten we Coriovallum, het Romeinse thermenmuseum te Heerlen. Minder aantrekkelijk voor de kinderen, maar voor hen hadden we het Attractiepark op de Gulperberg in Gulpen, het Openluchtmuseum Bokrijk in België, het WK wielrennen in Valkenburg en een droomkasteel in Heerlerheide. Al met al beslist de moeite waard en voor herhaling vatbaar. We zouden dan ook nog verscheidene keren naar Limburg terugkeren.

Meteen al het volgende jaar opnieuw naar Hulsberg. Als ouders genieten met een luie stoel in de zon, terwijl de kinderen in een badje speelden. Zondag een eindje rijden met de auto. We stopten bij een hippisch concours, ofwel een wedstrijd voor springpaarden. Daarna naar het Schutterspark in Brunssum, met een kinderboerderij, roeiboten, een uitgebreide speelweide en een glijbaan in het water. Op de terugweg verzeilden we in een hevige onweers- en hagelbui.
Maandag naar Maastricht, met een rondvaart op de Maas. We wandelden ook over de stadswallen, door winkelstraten en langs kerken en oude gebouwen. Op het Vrijthof aten we tussen de duiven een ijsje.
Dinsdag beklommen we de Wilhelminatoren in Valkenburg en wandelden bij de kastelen Schaloen en Genhoes. Natuurlijk wilden de kinderen opnieuw naar het Sprookjesbos.
Woensdag kon ons kroost zich uitleven in Walibi te Wavre in België. Donderdag deden we het wat rustiger aan in recreatieoord Steinerbos te Stein en vrijdag gingen we nog maar eens naar de Gulperberg. Zaterdag onderweg naar huis een extraatje in de vorm van een bezoek aan Kasteelpark Born.

In 1981 voor de derde maal naar Hulsberg. Na aankomst gingen ma en zoon de spullen uitpakken, terwijl pa en dochter boodschappen deden. Na het eten nog een flinke avondwandeling. 
De volgende ochtend beklommen we een ‘berg’ en plukten bramen. ’s Middags regende het, daarom bleven we eerst een poos in huis, voor we een rondrit met de auto maakten. ’s Avonds wilden we vliegeren, maar dat leverde door de onstabiele wind een kapotte vlieger op.
Maandagochtend boodschappen doen. De lekkere krakeling aten we ‘thuis’ op bij de koffie en limonade. Daarna reden we naar het Ravensbos, voor een broodje in de natuur en een wandeling.  Vandaar naar de Model Steenkolenmijn in Valkenburg. Dinsdag naar het Openluchtmuseum in Domein Bokrijk, in Belgisch Limburg, met heemtuin en natuurlijk ook de speeltuin. Papa en mama werden bij de koffie verrast door een schaaltje rijstebrij in plaats van de verwachte rijstevlaai. Woensdag werd er uitgeslapen.. ’s Middags een nieuwe poging om te gaan vliegeren, dat deze keer een stuk beter ging.
Donderdagochtend zetten we vanwege de regen binnen de speeltent voor de kinderen op. Er werden pannenkoeken gebakken, dus de dag kon al niet meer stuk. Maar we wilden er toch nog even uit. Daarom namen we een kijkje in het grottenaquarium te Valkenburg. Vrijdag vermaakten we ons op het terrein rondom ons huisje met voetballen, tennissen en in het zand spelen. ’s Middags winkelden we in Heerlen.

De tweede week stond een bezoek aan het Afrika Centrum in Cadier en Keer op het programma. Op zondagmorgen gingen we naar de kerk in Valkenburg. We bleven na de dienst koffie drinken, waarbij we bekenden uit Dieren ontmoetten. ’s Middags een stevige wandeling op de Schaesberg, voor een bezoek aan de Kluis. Vanaf 1688 tot 1930 woonden hier totaal 16 kluizenaars.
Later volgden we een wandelroute in de omgeving, die langer bleek dan verwacht. Daarom besloot papa een stuk af te snijden via een paadje door de akkers. Dit eindigde midden op een aardappelveld, maar teruggaan was geen optie. Helaas werden we aan de rand van de akker door een boze agrariër opgewacht. Om van de schrik te bekomen nam papa de kids en mama ’s avonds mee naar het Sprookjesbos in Valkenburg, dat prachtig verlicht was.
De volgende ochtend maakten we een autoritje door Zuid-Limburg. In de omgeving van Elzet lunchten we op een zonnig bankje, midden op een heuvel met schitterend uitzicht. ’s Middags brachten we geruime tijd door op kinderboerderij ‘Bosrust’ in het Kerperbos bij Vijlen. We sloten ons uitstapje af met een kijkje op het Drielandenpunt te Vaals.

Tijdens een dagje Valkenburg gingen zoon en ik met de kabelbaan naar de Wilhelminatoren. De meisjes gaven de voorkeur aan een poosje winkelen. Gezamenlijk maakten we een rondrit door de stad met een treintje en beklommen de ruïne van het kasteel Valkenburg.
Ook vermaakten we ons een dag in Safaripark Selfkant-Tüddern in Duitsland. Daar waren naast het wild ook nog de nodige andere attracties, waaronder een reuze achtbaan. Onze dochter wilde er ondanks alle waarschuwingen per se in. Dat werd me een gegil. Trillend en krijtwit stapte ze er uit en hoefde voorlopig nergens meer in.
Daar moesten we natuurlijk wel een beetje van bijkomen, voor we op zaterdagmorgen huiswaarts keerden.

(Op deze bladzijde slechts 3 verhalen. Alle oudere afleveringen zijn verwijderd)

  



Reacties zijn gesloten.